blog

Shame on Alabama

De meest bezongen stad ter wereld móet wel New York zijn. Iedereen kent Frank Sinatra’s ‘New York, New York’ of Alicia Keys’ ‘Empire State of Mind’. Mensen die mij kennen zal het niet verbazen dat ik vooral lekker ga op The Strokes’ ‘New York City Cops’ of LCD Soundsystems ‘New York, I Love You, but You’re Bringing Me Down’. En als je voor de gein deze wiki afspeurt zal je vanzelf constateren dat er voor ieder wat wils tussen zit.

Ik wil het nu hebben over een ander plekje in Amerika: Alabama. Naar mijn smaak een tamelijk kleurloze staat, omgeven door spraakmakende staten zoals Florida, Texas, Mississippi en het muziekminnende Tennessee. Het ligt in het zuiden van Amerika en dat zuiden ligt in de jaren zeventig behoorlijk onder vuur. Notoire mopperkont Neil Young – die zich dan al onmogelijk heeft gemaakt in Buffalo Springfield en supergroep Crosby, Stills, Nash & Young – klaagt in zijn succesvolle soloplaat After the Goldrush (1970) over het conservatieve zuiden. In het nummer ‘Southern Man’ zingt hij over een blanke zuiderling die zijn slaven misbruikt. Young vraagt zich hardop af waar donkere mensen deze misstanden aan te danken hebben, wanneer ze worden terugbetaald door de southern man en Young refereert naar het kruisbranden door de Ku Klux Klan – een organisatie die in Tennessee ontstond.

Young heeft succes met de plaat en zijn geklaag over de southern man, en dat kon hij wel gebruiken nadat zijn eerste twee soloplaten matig waren ontvangen. Never change a winning team, dus bij zijn volgende plaat ging hij nog wat verder in zijn gemopper. Het legde hem wederom geen windeieren: Harvest (1972) werd zijn meest succesvolle plaat. Het nummer ‘Alabama’ is een soort vervolg op ‘Southern Man’, met wederom een middelvinger naar racisme. Let maar eens op de zinsnede “See the old folks tied in white ropes”.

In de hitlijsten sneeuwt het nummer wellicht een beetje onder omdat Neil Young op dezelfde plaat klappers brengt als ‘Heart of gold’, ‘Old man’ en ‘The needle and the damage done’. Of kijk nu op Spotify: ‘Alabama’ behoort tot de minst gestreamde nummers van de plaat. Desalniettemin lokt hij reacties uit. Vlakbij Alabama (in Jacksonville, Noord-Florida) timmert ene Ronnie Van Zant aan de weg en hij vindt de kritiek op Alabama maar niks. Hij breekt in 1973 door met zijn band Lynyrd Skynyrd: op de plaat ‘(pronounced ‘lĕh-‘nérd ‘skin-‘nérd)’ staan onder andere de klassiekers ‘Free Bird’ en ‘Gimme Three Steps’.

Bij hun vervolgplaat in 1974 (‘Second Helping’) gebruiken ze hun bekendheid om eens flink af te zetten tegen Neil Youngs gemopper. Wat is er nou mis met het zuiden? “Well I hope Neil Young will remember, a Southern man don’t need him around, anyhow” zingt Van Zant in het nummer dat ook maar gewoon ‘Sweet Home Alabama’ moet heten – een reactie op Youngs werk. De groep breekt door met dit nummer, dat ook vandaag de dag nog steeds succesvol is. Het staat bijvoorbeeld sinds de eerste editie van de Top 2000 tussen de bovenste 500 nummers.

Een grapje, aldus Van Zant. Hij kan niet vaak genoeg noemen hoe erg hij Young waardeert. Young moppert normaliter dan wel graag, in dit geval waardeert hij Van Zant evengoed, want Youngs nummers krijgen extra aandacht. Ze dragen T-shirts van elkaar en ze praten over het uitbrengen van nieuw werk met of van elkaar. Het komt helaas niet zo ver: Ronnie Van Zant overlijdt (samen met twee andere bandleden) door een vliegtuigongeluk in 1977. Neil Young brengt een ode aan de band door binnen twee maanden live on stage het nummer ‘Sweet Home Alabama’ te vertolken. Er zijn helaas geen beelden van, wel een audiofragment.

Spotify, de redding van de muziekindustrie

Liefhebbers van muziek kennen het wel. Je leest of hoort over een nieuw bandje en je wilt het direct luisteren. Spotify is dan je grote vriend, zoals het ook je grote vriend is om nieuwe artiesten te ontdekken, of je nu thuis bent of onderweg. Als het nieuw ontdekte bandje bevalt, koop je concerttickets alwaar je aan het eind van het concert een plaat aanschaft bij de merch en de band nog vaak terugluistert via Spotify. Een studie van Spotify & Lowlands laat zien dat er een verband is tussen optredens en streams uit die regio:

Veel artiesten kotsen op Spotify omdat ze te weinig aan hun uitkeren. Verschillende artiesten hebben geprobeerd zich af te zetten tegen de Zweedse techgigant (remember Taylor Shift, The Beatles en The Black Keys), maar allemaal kwamen ze met hangende pootjes terug. Logisch immers, want concurrerende streamingsdiensten hebben veel minder volume (en zijn dus minder interessant) óf betalen veel minder, zoals YouTube. In de streamingsmarkt kunnen artiesten simpelweg niet onder Spotify uit.

De streamingsmarkt moet niet onderschat worden. De reikwijdte is vele malen groter dan bij de oudere verschijningsvormen. Je kón vroeger niet vanuit huis een nieuw bandje ontdekken en met je platenspeler kon je ook geen muziek in de trein luisteren. Een artiest bouwt zo via Spotify beter aan zijn bereik, dat vervolgens met lucratieve optredens kan worden verzilverd. Maar om streaming enkel als een dienst te zien dat zorgt voor bekendheid is onjuist. Zie hieronder de omzet van de wereldwijde muziekindustrie in twee grafieken gevat (bron: NRC):

Je ziet dat streaming verantwoordelijk is voor een gigantisch deel van de inkomsten die labels ontvangen en dat dit alleen maar groter wordt. Voordat we inzoomen op de afdracht naar muzikanten, is het aan de hand van deze grafieken interessant om stil te staan bij de historische context. Spotify is opgericht in 2008, op een moment dat de fysieke verkoop al fors afnam en het aantal downloads fors toenamen. Niet geheel toevallig was er kort voordat Spotify hun app lanceerde, een inval bij hun landgenoten van The Pirate Bay. Deze piraten waren wellicht prettig voor de consument (“gratis muziek!”) maar desastreus voor de inkomsten van muzikanten. Jezelf afzetten tegen de opkomst van streaming is jezelf onderdompelen in vroeger-was-alles-beter-nostalgie, maar welbeschouwd willen consumenten streamen en is het enige alternatief dat de muziek gratis van internet wordt geplukt.  

Moet Spotify dan meer geld vragen aan consumenten? Dat kan zeker, maar dan ligt direct het gevaar van piraterij weer op de loer. Het is goed om te weten dat Spotify 155 miljoen betalende gebruikers heeft en dat zij zo’n 75% van hun inkomsten direct afdragen aan de platenmaatschappijen. Het klopt dat Spotify maar zo’n $0,004 per stream afdraagt en dat dit onvergelijkbaar is met de verkoop van een singletje bij Concerto, maar het is ook belangrijk om te zien dat Spotify nauwelijks meer kán afdragen en dat de productiekosten van een cd/lp ook niet hoeven te worden gemaakt. Het klopt dat Tidal zo’n 3x meer uitkeert dan Spotify, maar zij hebben slechts 3 miljoen gebruikers. En vergeet vooral niet dat de streamafdracht heel erg weinig klinkt, maar in deze streaminggeneratie (en ook: repeatgeneratie) lopen de aantallen erg snel erg hard op. ‘Ik Ga Zwemmen’ liep in één zomer over de vijftien miljoen streams, en dan is de afzetmarkt voor een Nederlandstalig nummer natuurlijk nog tamelijk beperkt. Spotify zou ook 95% kunnen uitkeren in plaats van 75%, maar dan kunnen ze vervolgens hun app niet onderhouden en zijn muzikanten vanzelf aangewezen op YouTube (zij dragen zo’n vijf keer minder af per stream dan Spotify, zie onderstaande afbeelding). Spotify kan ook duurder worden voor consumenten, maar dan wordt piraterij weer een stuk aantrekkelijker.

Moeten artiesten dan hun bek houden? Sowieso de ‘oudjes’ met een gigantische backcatalogus: Fleetwood Mac heeft dik verdiend aan Rumours én krijgt nu maandelijks een héél lekker pensioentje overgemaakt van Spotify van dezelfde plaat. Volgens schattingen is zijn deze backcatalogi goed voor 70% van al het streamingvolume. Voor nieuwe muziek is het wijs om ervoor te zorgen dat je een pakkend lied maakt dat vaak op repeat zal worden gezet alsook toegankelijk is voor de vele door Spotify gecureerde playlists. (Eat that, David Crosby.) Daarnaast zijn er ook wat slimmigheden om rekening mee te houden: Spotify telt een stream bijvoorbeeld pas mee als de dertig seconden zijn gepasseerd, waardoor een ellenlange intro killing kan zijn. Maar de grootste winst is waarschijnlijk bij het eigen label te halen. Veel labels keren nog geen 10% van zijn binnenkomende streamingsgelden uit aan de artiest (dit wordt langzaam meer en is zeker bij topartiesten allang hoger, maar nog altijd niet meer dan zo’n 35%). Wat opvallend is, is dat dit – kijkend naar het pre-steamingtijdperk – nauwelijks stijgt, terwijl de distributie digitaal veel eenvoudiger en goedkoper is. Dát is krom.

Is de markt vergeven? Welnee. YouTube heeft intussen ook een betaalvariant met 50 miljoen abonnees, dus wellicht dat – als zij meer gaan afdragen – artiesten hier meer fiducie in zien (hallo majors, wanneer gaan jullie betere contracten afdwingen?). En Apple Music – dat zo’n 2,5 keer meer betaalt per stream dan Spotify – heeft een gratis kwaliteitsupgrade gedaan voor hun betalende gebruikers. Zij lijken te kiezen voor de Ziggo Sport-strategie: het product zo goed maken dat niet per se dat product winstgevend wordt, maar dat het een extra reden voor mensen wordt om voor het moedermerk te kiezen. De ontwikkelingen in de markt zijn spannend en het is begrijpelijkerwijs extra spannend dat het in handen ligt van grote techreuzen, maar vooralsnog is de markt bruisend, succesvol en zijn de financiële voorzichten goed. Goede afspraken tussen muzikanten en labels zijn daarom belangrijker dan ooit.

Punkheld Dries van Agt

Van Agt wordt uw führer
een pornoheld
Seks wordt obscuurder
neuken kost geld

Soms is het lastig om de geschiedenis te betrappen als je er midden in zit, zoals Geert Mak graag betoogt. In 1977 was dat wél goed mogelijk. De punkhype was vanuit de Verenigde Staten en Engeland komen overwaaien, Ramones en Sex Pistols waren intussen gerenommeerde protestmuzikanten, en Nederland was aan het wachten op de eerste punkhit. Ik beschrijf de opkomst van dit intrigerende genre in mijn boek GELOOF DE HYPE! Toen onze justitieminister Dries van Agt besloot dat er geen pornofilms meer in grote bioscopen mochten worden uitgezonden, schreef Paul Tornado het lied ‘Van Agt Casanova’ met daarin de tekst “seks wordt obscuurder, neuken kost geld”. Uiteraard krijgt de conservatieve Rooms-Katholieke justitieminister nog een extra veeg uit de pan van de antireligieuze punker: “Roomse mondje ging van kwek-kwek-kwek-kwek”.

Paul Tornado was niet de enige punker die aandacht had voor Van Agt: de band Rakketax (nummer: ‘Van Agt’) en Tedje en de Flikkers (ook zij noemden hun nummer ‘Van Agt’) hadden nog wel meer te vertellen aan Dries van Agt. Uit het nummer van Tedje en de Flikkers:

Je denkt dat je een held bent
De redder van het land
De koning van het moraal
Maar je bent een stomme rechtse lul
Flikker Van Agt het raam uit!

Daar zit geen woord Spaans bij. Van Agt versus de punkers stond symbool voor de verschillen in de maatschappij, wat in 1980 tot een climax kwam met grote rellen in Amsterdam tijdens de inauguratie van Beatrix. Rellen die eigenlijk pas in 2021 werden geëvenaard met de avondklonkplunderingen. Ook in 2021 hebben boze burgers een conservatief politicus gevonden om zich tegen af te zetten. De punkers van Hang Youth, die niet bepaald bekend staan om hun poëtische rookgordijnen, zongen in 2021 “ik geef een nier voor geen Rutte IV”.

Punkers die zingen over politici… het gooide ons terug in de tijd. Tussen Hang Youth en de Van Agt-liederen hadden we Kikkerspuug met ‘Ed Nijpels’, De Nixe met ‘Vonhoff’, Blafkat met ‘Lubbers’ en De Aanslag maakte een hele EP met ‘De Puinhopen van 8 jaar Balkenende’. Het behoeft geen toelichting dat het allemaal punknummers waren. En dan zijn er nog kleine toespelingen tot politici, zoals “de wallen van Wim Kok” in Brainpowers ‘Dansplaat’. Maar zo heftig en gericht tegen één persoon, als men zich eind jaren zeventig afzette tegen Van Agt, werd het nooit meer.

Hang Youth’s opmars was een welkome afwisseling, want in de laatste jaren waren de meeste nummers over politici ordinaire diss raps aan het adres van Geert Wilders. En natuurlijk Arjen Lubach: hij had in 2019 een hit met het nummer ‘Bed in bed dan Baudet’. Verder is er de laatste jaren amper gezongen over politici. En dat terwijl we best een aardige traditie kennen met – naast de genoemde punknummers – bijvoorbeeld hiphoptrack ‘Janmaat’ en het carnavalshitje ‘Den Uyl is in den olie’.

Hij moet ‘t maar versieren bij al die Arabieren
Als haremmeisje met een blonde pruik
Ik zie hem daar al dansen, knipogen en sjansen
Jopie met z’n blote witte buik
En mocht ‘t daar niet lukken bij die Arabier
Dan rijden we voortaan op lekker schuimend bier

Het laatstgenoemde nummer is een spraakmakende samenwerking tussen de atypische politicus Boer Koekoek en Vader Abraham. Koekoek is hiermee de enige Nederlandse politicus die ooit op nummer één heeft gestaan. Eclatant was dat dit werd bereikt met een nummer over een andere politicus. En Van Agt? Al dan niet beïnvloed door de kritiek op hem, werd hij langzaamaan progressiever en staat hij intussen bekend als een GroenLinks-stemmer. Waar muziek wel niet toe kan leiden…

Hoera, Eftelingmuziek jaagt jongeren weg

Als Brabander kwam ik vaak in de Efteling en als kind wilde ik tijdens zo’n dagje Efteling wel twintig keer in de “tutututu-wagentjes”, oftewel: Carnaval Festival. Sinds ik volwassen ben begrijp ik de worsteling die mijn ouders dan doormaakten. Natuurlijk wil je het beste voor je kind, maar dat nummer is niet te verdragen als je het vaak achter elkaar hoort. 

Dat besef daalde ook in bij enkele medewerkers van de NS. Zij wilden mensen wegkrijgen van de IJ-passage in Amsterdam Centraal, waar het ’s nachts iets te gezellig bleef met alle overlast van dien. Waar weleens wordt geëxperimenteerd met hoge pieptonen in ruimtes waar jongeren voor overlast zorgen, bleek Carnaval Festival dé oplossing om de mensen hier weg te jagen. Achter elkaar door klonk Eftelingmuziek en als logisch gevolg bleven jong en oud ’s nachts weg bij de IJ-passage. Eén geluidsboxje bleek stukken effectiever dan ingewikkelde piepsystemen of dure handhavers.

Overigens dient te worden opgemerkt dat NS dit niet helemaal zelf bedacht. Een scholengemeenschap gebruikte deze methode al langer en bedenker Daan is dan ook erg trots (zie filmpje). En extra goed nieuws voor Daan: het wordt intussen op meerdere plekken overgenomen, zoals in fietstunneltjes in Leeuwarden.

Het klinkt als een flauwekulletje, een grappige oplossing voor een klein probleem. En dat is het natuurlijk ook. Maar het wordt iets serieuzer als je nagaat dat muziek in de zorg wordt gebruikt om stress te verlagen, angst weg te nemen en pijn te verzachten. En het werkt! Mits de muziek niet te heftig is en er geen al te grote tempowisselingen plaatsvinden. Er wordt hier door het Erasmus flink onderzoek naar gedaan, waar je hier meer over leest.

Baanbrekend? Op zich wel, maar niet als je nagaat dat veertig jaar geleden de Amerikaan Gerald J. Gorn al onderzoek deed naar de psychologische invloed van muziek in reclames. Hij concludeerde, en dat werd later door andere onderzoeken bevestigd, dat muziek in reclame invloed heeft op de keuze die de consument maakt in de winkel. Er volgden nog veel meer studies naar muziek in reclames of muziekgebruik in winkels. Jumbo heeft niet voor niets een eigen radiostation ontwikkeld. Laat ik daar binnenkort nog eens wat verder over uitweiden. 

The Police – Don’t Stand So Close To Me (1980)

De samenleving leek vC (voor COVID-19) steeds knuffeliger te worden – met alleen een handdruk maakte Mats allang geen indruk meer bij het wederzien van bekenden – maar toen was ineens daar de anderhalvemetersamenleving. Mats moest continu met een grote boog om mensen heenlopen en vanaf veilige afstand zwaaien naar vrienden en familie. Het zorgde voor kortsluiting in zijn hoofd. 

In het nummer ‘Don’t Stand So Close To Me’ van The Police zingt Sting over een student en docent die gevoelens voor elkaar hebben, wat leidt tot ongemakkelijke situaties. Het is semi-autobiografisch: Sting vertelde in een interview dat hij als docent veel aandacht kreeg van studentes, maar wijselijk zijn handen thuis hield als 15-jarige meisjes verlekkerd naar hem keken. Los van deze betekenis gaat het nummer over ongemak en afstand moeten houden en is het daarmee eigenlijk de ultieme coronaplaat. 

(Lollig overigens dat The Police met ‘So Lonely’ eigenlijk nog een zeer geschikt coronaliedje in hun oeuvre heeft.)

Mats had op een regenachtige dag eindelijk weer eens met zijn kameraad Theo afgesproken. Ze zouden naar de kroeg te gaan. Het was begin juno 2020, dus eindelijk mocht het weer. En het werd ook wel weer eens tijd. Drie maanden kroegloos was goed voor Mats’ portemonnee, maar voor zijn gemoedstoestand niet bepaald. Dat zaterdagavonden niet bedoeld zijn om met je vrouw op de bank te zitten, was een opmerking die Theo per ongeluk naar zijn vrouw had geappt in plaats van naar Mats. Ze was zo verbolgen over die app dat ze hem het hele weekend niet meer wilde zien. Het gaf Theo een vrijbrief om daad bij woord te voegen en zo liepen Theo en Mats op deze bewuste avond hun stamkroeg naar binnen. Het verlangen bij Mats was groot naar een plakkerig glas op een met pils doordrenkt bierviltje.

Het gedonder begon echter al bij binnenkomst. “Hebben jullie gereserveerd?” vroeg de tamelijk chagrijnige ober, die zijn agressie duidelijk de afgelopen maanden geen plek had kunnen geven. Kan ik wat aan doen, dacht Mats, dat hij zo lang zonder inkomen had gezeten. Mats keek naar Theo, Theo keek naar Mats. Natuurlijk hadden ze niet gereserveerd, dit is hun stamkroeg. “Helaas, dan mag u niet naar binnen.” Boos dropen ze af, maar buiten pakte Theo direct zijn smartphone. Op het scherm zag Mats dat hij zojuist een reeks gebroken hart-emoji’s van vrouwlief had ontvangen en een zwik kuspoppetjes van ene Anna. Theo swipete het nonchalant opzij, toetste een nummer in en hield de telefoon bij zijn oor. “Oké, dan kom ik er nu aan.” Wat Theo van plan was, werd snel duidelijk. Hij liep terug naar binnen, stond weer oog in oog met dezelfde chagrijnige ober en zei: “Ik heb zojuist gereserveerd”. De ober ging er niet vrolijker van kijken maar de kameraden mochten naar binnen, mits ze naar tevredenheid antwoord gaven op een aantal bullshitvragen die geen enkel weldenkend mens die bier wil drinken verkeerd zal beantwoorden. Jáá ze waren gezond en néé ze hadden al een week niet geniest. Hup, naar binnen. 

Potverdomme, een rood lintje aan de bar. Wat was dat nou? “Welnu”, zei de barman die de slechtnieuwsgesprekken van collega ober had overgenomen, “als u aan de bar gaat hangen dan kan ik geen anderhalve meter afstand houden van jullie. Dat kan dus niet. En nu we het daar toch over hebben: kunnen jullie onderling ook de anderhalve meter aanhouden? Jullie staan nu wel erg dicht bij elkaar, zo krijgen wij boetes. Als u straks naar de wc wil, dan kunt u gebruik maken van de plasketting die ik achter de bar heb liggen. Zo weet ik zeker dat het daar niet druk wordt.” “Druk? Er is hier niemand…” probeerde Theo. De barman vervolgde stoïcijns: “Verder moeten we u ook meedelen dat we geen drankkaart hebben in verband met de corona. U kunt natuurlijk gewoon bij mij om advies vragen.” Er viel een lange stilte van pure walging bij de vrienden, die door de barman werd opgevuld met de confronterende woorden: “Corona, hè?” 

Mats moest terugdenken aan zijn reis naar Moskou, exact een jaar geleden. Niet vanwege de vreemde situaties, de diepe metro’s of de vrouwelijke aandacht die hij daar kreeg omdat de Russinnen begrijpelijkerwijs tamelijk waren afgeknapt op de alcoholistische mannen aldaar, maar vanwege de mindset van het barpersoneel. De barmannen in Moskou waren vooral bezig om hun gasten de hut uit te krijgen zodat zij hun toko op slot konden gooien. Onmiskenbaar een uitvloeisel van de communistische tijd. De ervaring moest zo slecht mogelijk zijn en daar begon het in zijn stamkroeg intussen ook op te lijken. Mats werd weemoedig van de gedachte aan reizen; hij voelde zich opgesloten in Nederland.

“Nou, santé dan maar, lul.” Mats schrok wakker uit zijn gedachten. Theo hield zijn flesje Corona bewust dichtbij zichzelf zodat ze niet hoefden te klinken, want dat zou de barman hen niet in dank afnemen. De barman had zich intussen tot dj ontpopt en het nummer ‘Don’t Stand So Close To Me’ van The Police op repeat gezet. Hij noemde het een friendly reminder. Mats realiseerde zich dat het grote voordeel van de afstandregel was dat hij nu niet steeds de Van Nelle-lucht van Theo hoefde te inhaleren. Nadeel was dat ze elkaar amper konden verstaan, te meer omdat de kroeg voller werd en de muziek harder ging staan.

“Hey eh, Anna komt zo.”
– “Wat zei je?”
“Wat?”
– “Wat zei je?”
“Ja ik zei: wat?”
– “Nee daarvoor!”
“Huh?”

Halfdronken schreeuwen naar elkaar op anderhalve meter werkt niet helemaal lekker, maar de boodschap werd Mats duidelijk toen hij een meid zag binnenkomen die zich zwaaiend vanaf anderhalve meter als Anna voorstelde. Anna was lang geleden Theo’s seksbuddy geweest, voordat hij trouwde. Theo had het advies van de RIVM op 14 mei, waarin ze zeiden dat lichamelijk contact logisch was en een seksbuddy of knuffelmaatje weer is toegestaan, wel erg letterlijk genomen; Theo was kennelijk direct Anna gaan appen. Ongetwijfeld was zijn verbanning uit huis dan ook een optelsom. Anna stond er een beetje ongemakkelijk bij. Door haar stonden ze nu in de intussen welbekende anderhalvemeterdriehoek. 

Toen Anna later met de plasketting op pad was, vroeg Theo wanhopig aan Mats: “Hoe moet ik haar versieren op anderhalve meter? Ik vind dit maar niks. Ik weet niet eens hoe ze ruikt.” Mats haalde zijn schouders op en prees hem gelukkig dat dit betekende dat zij hem daardoor ook nog niet had kunnen ruiken. Het leek Mats niet onverstandig, gezien de relatiestatus van Theo, als hij haar niet zou versieren. Mats’ poging om Theo een logeerbed bij hem aan te bieden werd weggelachen, waarna de barman schreeuwde dat het de laatste ronde was. De kroeg kon de anderhalvemeterafspraken niet langer handhaven en ging vervroegd sluiten. Voor Theo reden genoeg om de vraag der vragen te stellen aan Anna: “Zeg, wil jij vanavond mijn seksbuddy of knuffelmaatje zijn?” Anna bloosde, dacht dat het een meerkeuzevraag was, en fluisterde: “Knuffelmaatje”. Theo keek Mats vragend aan en vroeg “Zei ze nou seksbuddy?” Mats knikte. Ze zouden het samen wel oplossen.

De dag erop begon voor Mats met het lezen van een teleurstellend appje van Theo: Anna had aangegeven zich te willen houden aan de richtlijnen van het RIVM en had de hele nacht anderhalve meter afstand gehouden. Mats lachte in zijn vuistje bij het visualiseren van deze situatie. Hij moest zelf deze ochtend naar zijn schoonmoeder. Normaliter geen pretje, zeker niet met een kater, maar deze keer was het geluk aan zijn zijde. Zijn schoonmoeder wenste geen bezoek binnen en dus zat er niets anders op dan afstandskletsen bij haar voordeur. En zo stond hij samen met zijn vriendin in de deuropening wat steekwoorden te roepen naar zijn hardhorende schoonmoeder. Schoonvader probeerde het niet eens en bleef binnen voor de televisie zitten. Mats’ eigen moeder, die hij tijdens de pandemie amper zag, opteerde trouwens voor raamvisite, geïnspireerd op het wekelijkse uurtje raamgymnastiek dat ze tegenwoordig had. Mats vond het allemaal meer dan prima. 

“Ik vind het trouwens maar grote onzin” probeerde zijn schoonmoeder nog. Mats niet, hij zag voldoende voordelen van de anderhalvemetersamenleving. En bovenal was hij zeer gelukkig dat Macron onze premier niet was; die klootviool had er een éénmetersamenleving van gemaakt. Hooguit was Mats een klein beetje jaloers op de Spanjaarden. Zij kregen twee meter als advies mee. Zit je zeker veilig. 

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.

Computer Love – Kraftwerk (1981)

Hoewel computers steeds meer werden gehaat door arbeiders, iedereen was al gauw helemaal moegevideobeld, realiseerde Mats zich ook dat de computer dé uitkomst was deze crisis. Veel werk kon doorgaan en sociaal contact bleef mogelijk. De hele dag door liepen wandelaars op straat te videobellen en opa’s of oma’s moesten kennis maken met hun kleinkind via de computer. Het was niet leuk, maar heel veel beter dan niks. We werden stiekem een beetje verliefd op onze computers.

Kraftwerk had een hitje met ‘Computer Love’ (op de plaat ‘Computer World’) in 1981. Een elektronisch hitje ver voordat elektronische muziek breed werd geaccepteerd. Kraftwerk wordt daarom door velen – na The Beatles – als meest invloedrijke band ter wereld beschouwd.

Verschrikkelijk vond Mats het. Het werkende leven bestond al langer vooral uit computeren, maar de broodnodige flauwekulletjes met collega’s en wandelingen naar de koffieautomaat waren toch welkome afleidingen ter voorkoming van vierkante ogen. Dat zat er nu niet meer in. Vanaf maart 2020 was thuiswerken het devies en dus werd er druk online vergaderd, maar gezelliger werd het er niet op – ondanks dat velen de vrijheid namen om ‘thuiswerken’ om te dopen in ‘tuinwerken’ en per dag gebruinder in de overleggen zaten. Dat Zoom, ineens de meest populaire software van Nederland, hun privacy niet goed op orde had, was onoverkomelijk. Dat Rutte op 31 maart bij zijn zoveelste persconferentie het werkwoord ‘zoomen’ in de mond nam, was dan ook niet erg handig. Het droeg eraan bij dat ‘zoomen’ een begrip werd. Mats realiseerde zich hoe verschrikkelijk deze pandemie geweest moet zijn zonder computer of internet. ‘Computer Love’ van Kraftwerk werd zijn coronanummer waar hij dagelijks de dag mee begon.

Het was iets heel anders dan tien jaar geleden. Toen werd ‘zoemen’ een populair werkwoord dankzij de hitserie Feuten op de Nederlandse televisie. Het stond voor een geluid dat ontgroeningsstudenten moesten maken. Waarom de eerstejaars moesten zoemen? Gewoon, omdat het kan. In 2020 waren er toch geen ontgroeningsrituelen, want alle introductiekampen en eerstejaarsactiviteiten werden afgelast, of dusdanig beperkt (tot 22:00 uur en zonder alcohol) dat niemand er meer heil in zag. Inderdaad, eerstejaars zaten nu te zoomen tijdens hun introkamp. In 2021 werd er wel volop ontgroend en dat leidde direct tot problemen en schandalen; de jeugd was immers niks meer gewend.

Studenten en alle andere mensen die zin hadden in een borrel, kozen ook voor Zoom. Zoombingo’s, zoomquizen en zoomborrels werden bij de vleet georganiseerd en deelnemers verschenen onder invloed en verkleed achter hun beeldscherm om enigszins het feestgevoel weer te voelen. Bijkomend voordeel van de anarchistische zoommeetings was dat je geen volume hoefde te dempen als je niet aan het woord was en geen handje hoefde op te steken als je iets wilde zeggen; dat gebeurde alleen bij de keurige online overleggen overdag. Ook Mats ging gekke dingen doen toen hij een poosje niemand mocht zien en de kroeg niet in mocht. Was hij voorheen nog een beetje een kansloos figuur als hij thuis in zijn eentje tien bier dronk achter de computer, nu behoorde hij tot de hippe elite. Het kan verkeren. En zo stond Mats dronken achter zijn computer te dansen op foute meezingers bij een willekeurige zoomborrel, de buren ondertussen bonzend op de deur. Corona deed gekke dingen met iedereen. 

Er ontstond al gauw een enorme zoommoeheid, werklui die helemaal krankzinnig werden van het eindeloze videobellen, maar het was luxe in vergelijking met ouderen die niet bekwaam waren om te videobellen. Zij verveelden zich te pletter. Als het ze al lukte, werd het een stressvolle bedoening voor hen. Zo ontstond er een kloof tussen mensen die wél en niet konden videobellen en zo wél of geen sociale contacten hadden. Alsof er nog niet genoeg tegenstellingen waren in het land. Ouderen keken daarom maar bij de publieken naar Heimwee TV of Troost TV. Het was een nobel initiatief om oude programma’s te recyclen, want nieuwe series of films maken was tamelijk ingewikkeld in de anderhalvemetersamenleving. Mats probeerde met zijn oma te zoomen, maar zij werd al nerveus van de gedachte en keek liever een oude aflevering van Love Letters.

Het duurde niet lang tot mensen fysiek gingen afspreken met elkaar om zoomborrels samen mee te maken, dat was immers gezelliger dan alleen. En zo schoof Mats aan bij een goede vriendin. Na twee wijntjes werd de anderhalve meter al gauw één meter, na vier wijntjes een halve meter, na zes wijntjes hingen ze om elkaars armen en na acht wijntjes lagen ze samen in bed. Mats en de rest van de jeugd was onfeilbaar deze crisis. Correctie: Mats en de rest van de jeugd voelde zich onfeilbaar deze crisis. Dat ze dagen later met hun mond vol corona langsgingen bij hun corpulente oom, was bijzaak. Voor de jeugd dan.

Ja, want van echte solidariteit kon je na een paar maanden allang niet meer praten. Er werd hard geroepen – al dan niet in reclameblokken – over dingen samen doen, waar zoveel nadruk op werd gelegd dat mensen het vanzelf wel in twijfel gingen trekken. De persconferenties van Rutte en De Jonge waren steevast voor een ‘samen krijgen we corona onder controle’ bord met Aquafresh-uiterlijk, maar als het deel ‘onder controle’ net even buiten beeld viel dan was het plotseling een vreemd bord. 

Mats stelde voor dat iedereen onder de vijftig gewoon ging leven en alleen iedereen daarboven in lockdown ging. Hij kreeg de volle laag over zich heen van Twitterend Nederland. Hij kreeg een leger deugmensen op zijn dak die repten over solidariteit en de gevaren van long-covid. Eigenlijk mocht de vraag of we het samen moesten oplossen helemaal niet gesteld worden. Dergelijke voorstellen werden weggewuifd onder het motto saamhorigheid: je kon toch geen bevolkingsgroep wegzetten? Zo zag Mats met lede ogen aan dat de economie stil bleef staan, waarbij de overheid – van zijn belastinggeld! – zich scheel betaalde aan noodpakketten. Er werd politiek bedreven voor de peilingen: keuzes werden gemaakt voor de korte termijn, psychologische lockdowneffecten voor de lange termijn waren niet in beeld – ondanks de kraakheldere onderzoeken over mentale ellende tijdens de lockdown. Wie nu leeft, wie nu zorgt. Misschien wel het meest treffende coronaspreekwoord.

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.

Goldband – De Langste Nacht (2021)

Mats vond dit de allerbeste post-pandamic plaat die er is. Hij was maandenlang bezig met die ene lange nacht die er zou komen na de pandemie. Natuurlijk, af en toe was er een illegale rave, maar zijn eerste legale rave in juli 2021 was het beste gevoel dat hij in tijden had gehad. Het was helaas van korte duur, want na twee weken werden alle feestjes geannuleerd omdat het demissionaire kabinet zich had vergist. Dat zeiden ze zelf niet (sorry zeggen was kennelijk een doodzonde), dus dat zei Mats dan maar.

De Haagse stukadoors van Goldband bezingen in ‘De Langste Nacht’ een coronavrije zomer, in de hoop dat die er zou komen in 2021. Dat verlangen van de boyband leek heel even uit te komen, tot het ‘Dansen met Janssen’-fiasco weer werd teruggedraaid. “Je raakt me aan, ik schrik ervan, ik ben gewend dat niks meer kan” vat perfect samen hoe we fysiek contact verleerd waren. Het nummer gaat over eenzaamheid, maar vooral hoe de lange nachten weer zullen zijn als alles weer normaal is…

Bij gebrek aan een speciaalbierglas dronk Mats’ broertje een Duveltje uit een longdrink. Halverwege het derde flesje realiseerde hij zich dat hij nog moest eten omdat het anders snel afgelopen zou zijn met deze avond. Nou ja, misschien was het niet verkeerd geweest als de avond eerder was beëindigd. Zijn gezelschap tijdens deze avond was Peter. Peter rookte de ene sigaret na de andere (hij stak ze op gegeven moment zelfs aan elkaar aan), net zo lang tot de teer in de poriën van Mats’ broertje infiltreerde. Het deed hem niks. Het deed Peter ook niks, die net na het ‘diner’ (hij had barbecue beloofd maar bij gebrek aan een barbecue alles in de pan gegooid) overging op de discobiscuits. Het nieuwe thuisvermaak. In hoeverre Peter nog aanspreekbaar was, repte hij over de onzin van vaccineren. Hij had via wat websites, Facebookberichten en YouTubefilmpjes vernomen dat vaccineren onzin is. Hij vertrouwde niet wat ze in zijn arm spoten. Mats had na deze opmerking het lege zakje pillen en het pakje sigaretten voor Peters hoofd gehouden, maar hij snapte de hint niet. 

Zoals Peter bleek ruim 15% van de Nederlanders. Althans, 15% wilde zich niet laten vaccineren, ondanks dat direct het bewijs werd geleverd dat er nauwelijks gevaccineerden in het ziekenhuis belandden. De vaccinatiebereidheid was daarmee relatief hoog in Nederland, maar die 15% domineerden de media. Nadat het broertje van Mats was weggereden bij Peter en via een file (verdomme, ze waren er weer, zelfs ’s avonds laat) zijn huis had bereikt, ging hij naar kantoor. Hij zat daar radeloos te staren naar de paperassen op zijn bureau. Een collega had een laptop laten liggen op zijn bureau en zoals dat dan gebeurt, bleek dat een uitnodiging voor anderen om spullen te stapelen op de laptop. Het broertje van Mats ging op dit tijdstip en deze plek zitten ‘flitsen’, oftewel: voor flitshandelaar spelen.

Hij was dan wel geen econoom, maar aangezien iedereen tijdens de pandemie een mening had over alles, kon hij ook prima een mening hebben over de economie. Hij was überhaupt niet de enige die, niet gehinderd door enige kennis van zaken, zijn scheur opentrok over de economie. Hij was boos over de steeds kleiner wordende overheid. Natuurlijk: een kleinere overheid betekende minder directe belasting, achter die gedachte liep sigaarrokend Nederland de polonaise en met dat verhaal won VVD weer eens de verkiezingen. Dat een kleinere overheid volgens de gedachtespinsels van Rutte en co. stond voor minder bemoeizucht, zorgde voor veel geknik vanuit Wassenaar en andere decadente Hollandse dorpen. Bij het partijbureau van de VVD maakten ze van deze belofte direct een plaatje met blauwe tekst en een oranje streep eronder en voilà, er was weer een verkiezingsposter afgerond. De steeds kleinere overheid kon intussen nauwelijks nog zorgen voor prettige leefbaarheid, goed onderwijs, infrastructuur, goede zorg of inspirerende cultuur, waardoor alles meer en meer aankwam op eigen verantwoordelijkheid. De coronacrisis toonde wel aan dat het nemen van eigen verantwoordelijkheid niet echt in onze volksaard zit opgesloten. 

En dat is ergens ook niet zo gek, omdat we – ondanks deze bezuinigingen en de groeiende economie – er niet op vooruit gingen. Terwijl de economie ieder jaar groeide, waren de enige mensen die meer gingen verdienen de aandeelhouders en – vooruit – de topmannen die één doel hadden: de aandeelhoudertjes tevreden stellen. Zie daar waarom de goede cijfers van Albert Heijn resulteerden in bonussen voor de aandeelhouders en niet in extra salaris voor de vakkenvullers. Zelfs de VVD erkende dat hun eigen beleid niet goed was, bij monde van fractievoorzitter Dijkhoff die al het slechte partijnieuws op zich moest nemen omdat hij zijn afscheid had aangekondigd. Voor minder dan het premierschap deed Klaas het namelijk niet en de verlenging van Rutte was dus de reden voor hem om ermee te stoppen. 

Enfin, terug naar het boze broertje van Mats, die als overspannen Albert Heijn-vakkenvuller ontslag had genomen. Hij was van de ene op de andere dag econoom geworden. Als je denkt dat de coronacriminelen in het bedrijfsleven, zoals de handophouders van booking.com en KLM, het bont maakten tijdens de coronacrisis, dan is er slecht nieuws. Er zijn mensen die het nog bonter maken, namelijk zij die buiten crisistijd al dieven zijn maar ten tijde van crises nóg grotere boeven worden. Flitshandelaren. Dit zijn mensen die varen bij fluctuerende beurskoersen. Omdat tijdens een crisis de koers wat fluctuerender is, extra werk voor de flitshandelaren. En dus hadden ze hun tentje opgezet op kantoor zodat ze extra hard konden werken. En dus sloot het broertje van Mats – die in dienst was getreden omdat er genoeg werk was – daar vaak ’s avonds nog aan om wat uurtjes te werken. Dat er op de effectenbeurzen enkel boeven werken die geld verdienen bij bedrijven waar ze niks van begrijpen, wisten Mats en zijn broertje wel, maar dit was nog erger.

Mats’ broertje verdiende in één week een paar duizend euro en net toen hij van plan was om zijn geld in briefjes van 500 op te nemen en uit het raam van een limousine te gooien, kreeg hij ethische bezwaren. Want: flitshandelaren trekken aandelen leeg, vaak van pensioenfondsen, want die anticiperen niet goed genoeg hierop. Waarom niet? Nou, dan zou de overheid eigenlijk ook een blik flitshandelaren moeten inzetten. Maar ja, bezuinigingen, salarisplafond, kleinere overheid…  Ja, je begrijpt het goed. De overheid is kleinbezuinigd en wordt nu kaalgeplukt door het aandeelhoudersysteem. Gevoed door slimme mensen die hun hersenen ook hadden kunnen gebruiken voor het oplossen van woningnood, klimaatproblematiek of medicijnontwikkeling. Mats’ broertje had binnen een week ontslag genomen. Hij was dan wel geen econoom; hij wist genoeg van economie om dit niet te willen.

En zo schoof hij weer aan bij Peter aan de keukentafel. Peter had Hugo de Jonge iets horen roepen over ‘Dansen met Janssen’ en had direct een prik genomen. Het was eindelijk een succesje van Hugo, nadat het vaccineren extreem langzaam op gang was gekomen en hij veel kritiek had moeten slikken. Peter was naar een ‘Dansen met Janssen’-priklocatie gegaan waar een dj stond en hij headbangend de partyprik kreeg. Een minuut later mocht hij een raveparty bezoeken met de lekke corona-app. In de club klonk ‘De Langste Nacht’ van Goldband, waar ‘The Show Must Go On’ ook niet had misstaan. Het raven binnen een minuut klonk te mooi om waar te zijn en dat was het ook: binnen twee weken waren de besmettingen door het dak gegaan en moesten alle maatregelen weer worden teruggedraaid. Het broertje van Mats vond dat vervelend, maar realiseerde zich later pas dat het allemaal een trucje was geweest van het demissionaire kabinet om de vaccinatiegraad wat op te hogen. Prikpropaganda in optima forma. Even door de zure appel van de hoge besmettingen heen bijten, maar iedereen had intussen wel zijn vaccinatiepaspoort gevuld en daar was het de demissionaire gezondheidsminister natuurlijk om te doen. Toen het prikvolume in september nog steeds niet hoog genoeg was, werd een vaccinatieplicht ingevoerd: mensen moesten laten zien dat ze waren geprikt of negatief getest om naar een evenement, kroeg of bioscoop te gaan. En zo kwam het allemaal goed met de hoeveelheid vaccinaties.

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.

Gerry & the Pacemakers – You’ll Never Walk Alone (1963)

Extreem verbroederend lied en daarom zo passend bij deze tijd. NPO 3FM-dj Sander Hoogendoorn initieerde een actie om dit nummer gelijktijdig overal ter wereld te draaien op de radio. Het werd een groot succes. Dat Sander later zelf corona kreeg en thuis zijn plaatjes moest draaien, mocht niet baten. Dat dit werd gekozen tot hét radiofragment van het jaar, mocht wel baten. Het was een zeer welkom initiatief in tijden van verdeeldheid.

Omdat Gerry & the Pacemakers een band uit Liverpool is, werd het nummer in de jaren zestig al omarmd door supporters van Liverpool FC. Dat is ook de setting waar velen het nummer voor het eerst horen. Het nummer is al jaren een klassieker en daar zal het overlijden van Gerry in januari 2021, midden tijdens de tweede lockdown, geen verandering in brengen.

In 2004, tien jaar voordat de socialisten van de VARA het jongerenmerk meenamen in een omroepfusie, had BNN een succesvol televisieprogramma dat 2020 heette. In het programma deden redacteuren wat willekeurige voorspellingen over wat er zoal zou gaan gebeuren in de wereld in 2020. Het was het pre-trendwatchers tijdperk, die goede ouwe tijd, en het televisieprogramma was op even weinig feiten berust als de manier waarop trendwatchers vandaag de dag werken en waarop Mats als kind probeerde het weer te voorspellen, met als verschil dat BNN het ruiterlijk toegaf dat het flauwekul was. Eén van de afleveringen van het programma ging over een pandemie die de wereld in de greep zou houden. Hoewel het verhaal iets anders was dan de realiteit, waren de gelijkenissen bijna eng. Dat Ab Osterhaus, oplichter van de vorige pandemie en nu fervent rodewijndrinker bij Op1, meewerkte aan het programma, was niet meer dan logisch. 

Mien uit Uden, de oma van Mats, had 2020 destijds al in haar agenda omcirkeld. Werd ze op oudejaarsdag 2019 nog uitgelachen door haar kleinkinderen omdat zij fors had ingezet bij de bookmakers op een pandemie; nu haalde ze een lange neus naar alle luchtfietsers die ineens het hoogste woord voerden over perspectiefpakketten en hoe de lockin eruit zou komen te zien, terwijl ze geen idee hadden wat het virus was vóór 2020. Mien wel. Dat haar kleinkinderen niet naar haar advies hadden geluisterd om niet te gaan carnavallen, en daarna op Aswoensdag bij oma hun jaarlijkse worstenbroodjestraditie in eer hielden, moest Mien bekopen met een enkeltje naar de intensive care te Uden. Dat was een vervelend bijkomend effect. Dat Brabanders de hele coronatijd polonaise bleven lopen was even pijnlijk als logisch. Brabanders laten zich niet de les lezen door Den Haag. Mien was nog wel zo helder van geest geweest om haar verhaal op te sturen naar de VPRO. Ze wist dat Zondag Met Lubach zo’n beetje het enige programma was dat nog op televisie werd gekeken door jongeren, en zo maakte heel Nederland opnieuw kennis met BNN’s programma 2020.

Jaloersmakend keken de hippe randstadtrendwatchers naar Mien, die als enige wereldburger een goede voorspelling had gedaan, met dank aan Patrick Lodiers en co. Nu restten de ‘voorspellers’ enkel nog om terug te vallen op de claim dat ze de crisis heus hadden zien aankomen, net zoals ze in 2008 over elkaar heen buitelden dat zij de kredietcrisis voorspeld hadden. De trendwatchterreur was compleet toen ze meteen begonnen te reppen over de gevolgen voor de samenleving, die nooit meer zo knuffelig en vlieggraag zou zijn als ooit tevoren. Na de trendwatchers volgden al gauw de boekenplankfascisten die zich omvormden tot populistische politici. De zogenaamde goedbedoelde adviezen waren niets meer dan volksmennerij waar campingpubliek met open ogen intuinden. Mats kwam erachter dat trendwatchers eigenlijk gewoon werkloze beunhazen waren die geen vak hadden geleerd en zichzelf daardoor maar trendwatcher noemden, waarbij hun hypotheek werd betaald door wanhopige bestuurders van grote bedrijven die ten einde raad hun personeel te motiveren een inspiratiesessie lieten organiseren. Ook Mats ontkwam er niet aan: hij moest van zijn baas een digitale lachcursus van een trendwatcher volgen.

Inderdaad digitaal, want naast het wassen van de handen en afstand houden, was het devies van de overheid: drukte mijden. Niet naar kantoor (saai), niet naar de kroeg (saai), geen sociale bezoekjes (saai), niet op reis (saai), niet op zondag naar de Ikea (saai) en niet naar het zwembad (saai). Het leven werd inderdaad saai en omdat mensen sociale wezens zijn, kon de muiterij niet lang uitblijven. Want dat nieuwe normaal was prima voor een paar weken, maar niet voor de rest van je leven. De muiterij werd het meest zichtbaar in Den Haag door de actiegroep Viruswaanzin, die hun naam al gauw veranderden naar Viruswaarheid. Zij bedreigden Pieter Omtzigt, de Joop Zoetemelk van het CDA, en stookten nog wat onrust in de binnenstad. Angst zaaien was het devies. Ondertussen gaven ze wat likes aan Doutzen Kroes en klaagden ze op Twitter dat Maurice de Hond te weinig werd uitgenodigd in talkshows. Het was bar en boos gesteld dat uitgerekend Maurice de Hond het land op sleeptouw moest nemen in zijn aerosolenbetoog, wat ongeloofwaardig was omdat De Hond tijdens de pandemie werd ontmanteld als charlatan des vaderlands dankzij zijn dubieuze bijdrage in de Deventer Moordzaak. Was deze muiterij het nieuwe normaal? Het spleet vooral de samenleving, waar de hashtag #burgeroorlog steeds vaker werd betwitterd. Aan de andere kant van de samenleving waren er honderden verbroederende initiatieven, waarbij onder andere de ‘You’ll Never Walk Alone’-radioactie de wereld over ging. Mats had de radio aangezet op een buitenlandse zender en keihard meegezongen.

Daarmee werd de coronacrisis een pijnlijk treffende afspiegeling van de tijdsgeest. Tegenover de wokebrigade op links, huppelde nieuwrechts met hun eeuwig conservatisme achter de populistische roeptoeters aan, niet wetende dat deze trendwatchers enkel trends bedachten om geld mee te beuren. In Uden zag iemand de trendwatchertrend met lede ogen aan en veerde op uit haar ic-bed. Ze snelde naar buiten om haar uitgekomen voorspelling te beklinken met een overwinningsspeech. Ze startte aldaar haar pleidooi zonder tegenspraak op een zeepkist: “Door de carona zit helemaal niemand meer te wachten op lifecoaches en trendwatchers. Iedereen ziet in dat ‘ie weer normaal moet doen. Gewoon overdag werken, ’s avonds op de bank televisie kijken. In het weekend naar de kroeg, naar de voetbal en gezellig samenkomen met familie en vrienden. Geen gedoetjes meer.” De meest vooruitstrevende trendwatcher van ons land bleekMien. Daar moeten ondernemers wel voor willen betalen om hun bedrijf op scherp te zetten. Kunnen direct die changemanagers eruit.

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.

Backstreet Boys – Show Me The Meaning Of Being Lonely (1999)

Mats kende mensen die alleen woonden en netjes de regels volgden en daardoor gedurende de volledige pandemie niemand aanraakten en heel weinig mensen zagen. Zij kregen vanzelf huidhonger en werden gek van het gebrek aan sociaal contact. Niet gek dat een CBS-studie aantoonde dat de mentale gezondheid van jongvolwassenen op een historisch dieptepunt was tijdens de pandemie. Millenials kwijnden dan ook ineens weg bij de muziek van vroeger, toen Backstreet Boys-posters nog boven het bed hingen en mama nog gehaktballen draaide. Hadden ze toen maar geleerd wat het betekende om alleen te zijn.

Het nummer ‘Show Me The Meaning Of Being Lonely’ werd kort voor de milleniumwisseling (december 1999) uitgebracht door de Amerikaanse boyband, op hun album ‘Millenium’. Het nummer gaat over liefdesverdriet en hoe iemand omgaat met eenzaamheid. En eenzaamheid, dat was er genoeg tijdens de lockdowns.

Het ging vaak over de vrijetijdsindustrie, horeca en cultuur. Tenminste, door normale mensen. Niet door het kabinet. Deze sectoren hadden dikke pech. Bedrijven gingen failliet, medewerkers stonden op straat en mensen waren niet meer blij want alle leuke dingen zijn uit hun levens geschrapt. Maar er is genoeg over gezegd. Voor nu: streep eronder. Want, het ging in veel branches wél goed. Bijvoorbeeld bij de supermarkten. Niet gek, want als je de hele dag alleen thuis zit, dan ga je vanzelf supermarkteten in huis halen. We waren het vC (voor COVID-19) helemaal verleerd om alleen te zijn. We propten onze agenda’s zo vol dat we vanzelf een burn-out kregen. Millenials die rond de milleniumwisseling nog meeschreeuwden met de Backstreet Boys (“Show me the meaning of being lonely”) hadden nu geen idee wat being lonely is. 

Trots schroefde Ahold de winstverwachting op, want wat hadden ze het goed gedaan. Bravo, heel Nederland ging tijdens de coronacrisis naar de Appie. De aandeelhouders kregen een slordige 220 miljoen euro, want hun visie lag natuurlijk ten grondslag aan dit eclatante succes. De vakkenvuller kreeg er overigens niks bij, voor hem tien anderen. Genoeg jeugdwerkloosheid immers. Nu was deze verhouding in de reisbranche niet veel anders: daar kregen booking.com- en KLM-medewerkers een ontslagbrief, terwijl de aandeelhouders zichzelf een bonus gaven, ondertussen hun handje ophoudend bij vadertje staat.

Toen Mats op vrijdag 13 maart 2020, de eerste lockdowndag, door de Appie liep, had hij weinig bewondering voor de Ahold-topmannen. De schappen waren leeg. Van alle houdbare producten was er alleen nog zilvervliesrijst. Een blik in het schap leerde hem dat hij voorlopig ook even niet zijn billen kon vegen. Het was droef. Toen hij op tien meter afstand nog een pak verkeerd teruggelegde afbakpistoletjes zag, wist hij niet hoe gauw hij andere mensen de pas moest afsnijden om toe te slaan. Hetzelfde lukte hem bij wat groenten, aardappelen en diepvrieshamburgers zodat hij ’s avonds een klassiek avg’tje kon serveren. Zijn moeder zou trots op hem zijn. 

Als je denkt dat Mats zich misdroeg in de winkel, dan heb je niet per se ongelijk. Echter, hij was de netste klant. Om hem heen reden mensen met tien pakken spaghetti in hun kar of vijf grootverpakkingen toiletpapier, terwijl Mats niks van dat meer te pakken kreeg. Het was vanaf nu dus echt ieder voor zich. Vrouwen en kinderen eerst. Zijn gedachten waren bij de zorgmedewerkers die keihard moesten doorwerken, in tegenstelling tot de bijstandsmoeders die hier op hun vrije vrijdagochtend rondsloften, en straks hun zuurverdiende etentje bij elkaar wilden bakken maar enkel lege schappen zouden aantreffen. 

De hamsterwoede was zo nijpend dat Rutte er wat over moest zeggen tijdens een van zijn persconferenties. Hij vertelde dat het allemaal niet nodig was, maar Mats twijfelde of hij dat zei om de boel een beetje rustig te houden of dat hij het meende. Mats was de enige die zich dat afvroeg; de rest van Nederland had enkel oog voor de hamstergebaren van gebarentolk Irma Sluis. Zij werd ’s lands meest gewaardeerde coronaboodschapper. Toen een maand later de gemeente Velsen een inzending startte welke naam de grootste sluis ter wereld, die later in het jaar zou worden geopend, zou moeten krijgen, kon je al raden wat de meest voorkomende inzending was. Irma zelf vond het allemaal wat overdreven. Bij de opleiding tot gebarentolk was een half jaar later zelfs sprake van een heus Irma Sluis-effect: het aantal aanmeldingen ging door het dak. De hamstergrap was wel gemaakt toen de gladde bloemetjesschoenminister bewust het woord ‘hamsteren’ in zijn antwoorden tijdens persconferenties ging verwerken zodat het publiek haar kon uitlachen. Ze deed er niet aan mee en zo eindigden de goede vibes, zoals eigenlijk alle goede vibes eindigden bij De Jonge. Het was veelzeggend voor de kerstliedzingende minister, die vooral bezig was met de eigen agenda terwijl ondertussen de pijlers van zijn departement (de app, het bron- en contactonderzoek en het vaccinatiebeleid) een puinhoop bleken. En de zeesluis? Die mocht niet naar een levend persoon worden vernoemd en omdat moordpogingen op Irma mislukten, werd de sluis ‘Zeesluis IJmuiden’ genoemd. Ook creatief.

Van hamsterschaamte zal Irma geen last hebben gehad, zij was immers ook de hele dag aan het werk en zal ongetwijfeld ook slechts lege schappen hebben aangetroffen. Vlak voordat Mats de rij bij de kassa had bereikt op die beruchte vrijdag de dertiende, zag hij een collega met schaamrood op de kaken aan komen lopen. Hij had eerder vandaag de laatste twee pakken van zijn favoriete couscous gehamsterd (alsof er smaakverschil zit tussen dat spul), wetende dat er thuis nog een pak lag. Hij had daarna thuis een woedeaanval van zijn vrouw moeten overleven (“vuile hamsteraar”) en was nu op zoek naar compassie. Hamsterschaamte in optima forma. Dat kon Mats hem niet geven. Hij vond hem een walgelijke egoïst. Hij schold z’n collega uit, die snel afdroop langs de gedesinfecteerde karretjes en natte lappen papier die op de grond waren gedeponeerd, een nieuwe traditie sinds mensen hun karretje verplicht moesten schoonmaken. Hij verdiende het om zich een avondje being lonely te voelen.

Lachend had Mats in de rij van de kassa een vriend aan de lijn. Hij werkte bij de ‘Knaldi’ – een bijnaam voor ’s lands meest rommelig ingerichte winkelketen, ongetwijfeld zo genoemd vanwege de knallende kortingen. Bij hun geen coronaetiquette, geen lege schappen, geen winkelmandobsessie… gewoon lekker door de winkel slenteren tussen Miep en Gerda, terwijl je in alle rust de producten pakt waar je behoefte aan hebt. Geen gekte, gewoon normaal doen met normale mensen. Mats nam zich voor daarheen te snellen nadat hij had afgerekend. Achter hem in de rij ving hij nog een gesprek op. Een bezorgde burger gaf aan dat hij bezig was met zijn motorrijbewijs te halen. Als straks de ellende echt zou losbarstten en er files zouden ontstaan richting Duitsland en België, dan zou hij overal doorheen slingeren met zijn motor. “We zijn gek geworden” fluisterde Mats, terwijl hij zijn duim opstak en zijn navigatie instelde op de dichtstbijzijnde Knaldi. Die Duitse aandeelhouders verdienen wel een extra fooitje.

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.

The Rolling Stones – Living In A Ghost Town (2020)

Toen Mats voor de zoveelste keer door zijn Utrecht slenterde, realiseerde hij zich dat het een spookstad was geworden (net als iedere andere stad). Hij fotografeerde de Utrechtse hotspots in een sfeerloze maar daardoor unieke ambiance. Het werd nóg unieker toen, midden in de lockdown, een pak sneeuw viel zoals het al jaren niet meer was gevallen in ons land. Terwijl politici begonnen te zeuren om een uitzonderingspositie voor de Elfstedentocht 2021, legde Mats alle unieke sneeuwtaferelen vast. Zo leeg en wit zou zijn stad, hopelijk, nooit meer worden.

Het Stones-nummer ‘Living In A Ghost Town’ was een ode aan de lege stad. De Stones hadden het al klaar voor de corona-uitbraak, maar herschreven wat teksten tijdens de eerste lockdown en brachten het uit. Teksten zoals “Life was so beautiful, now we all got locked down” en “’If I want a party, it’s a party of one” laten zien dat de Stones nog altijd actueel zijn. Treurig gegeven was dat mede-oprichter en drummer Charlie Watts overleed tijdens de pandemie in de zomer van 2021.

Sommige mensen waren bang en gingen de deur niet uit; anderen moesten in verplichte quarantaine. Dat laatste was geen zeldzaamheid, want iedereen die uit een oranje vakantiegebied kwam moest tien dagen in quarantaine. Ook als de overheid ineens het reisadvies op oranje zette als je daar zat. Hilarisch waren de beelden van de bruingebakken mensen die compleet verontwaardigd op Schiphol aankwamen, na vervroegde thuiskomst uit een land dat uit het niets van kleur was gewisseld. Ook als je verkoudheidsklachten had en je ging jezelf testen, dan moest je ook in quarantaine totdat de uitslag er was. Dit kon een poosje duren omdat de testcapaciteit lange tijd niet op orde was. Mats’ klachten waren alweer achter de rug toen er eindelijk plek was in de teststraat. En als je corona had, moest je natuurlijk nog langer in quarantaine. Net als iedereen die je dan had gezien de afgelopen periode. Dat werd gecoördineerd door GGD’s bron- en contactonderzoek, dat snel weer werd opgeschort omdat het een administratief drama was. En natuurlijk moest je bij een snotneus of hoestje ook thuisblijven. 

Wat een weelde voor thuisbezorgd.nl, al die thuisblijvers. Toen de steden in april 2020 – toen men nog bang was – helemaal leeg waren, wandelde Mats door de stad met ‘Living In A Ghost Town’ in zijn oortjes, een gloednieuw Stones-nummer. Maar na een paar weken zag het stedelijk straatbeeld oranje van cultuurtijgers die zich noodgedwongen hadden omgeschoold tot maaltijdbezorger. Allemaal reden ze in oranje jasje en elektrische fiets door het lege straatbeeld, waardoor de figuurlijke ‘code oranje’ zich afspeelde in iedere straat. Dat thuisbezorgd.nl, zo’n beetje het meest verwerpelijke uitvloeisel van de deeleconomie, zich profileerde als de helpers in coronatijd, was veelzeggend. De horeca-uitknijpers van thuisbezorgd.nl maakte grote winst over de rug van de restaurants, alsof zij lekker veel vlees op de botten hadden met hun gesloten tenten…

Maar goed, restaurants waren allang blij dat ze open mochten. Ze waren dan wel dicht, maar horecaondernemers mochten wel maaltijden verkopen of (laten) bezorgen. Het zorgde ervoor dat doodnormale barretjes tegen beter weten in gingen koken om zo nog een paar euro’s te verdienen. Toen tijdens de lockdown in december alleen winkels open mochten waar 70% van de omzet werd behaald met essentiële producten, was iedereen plotseling een horeca-ondernemer. HEMA verkocht alleen nog maar worsten, Action alleen maar eten of zeep en zelfs kledingwinkels overwogen verkoop van eten (om tot 30% aan bijverkoop te doen: “had u bij uw pizza misschien een broek gewild?”). En dus moest het ministerie weer ingrijpen, als vader die een stampvoetend kind de les leest.

De drang om goed te doen steeg Mats naar z’n bol. Hij bestelde iedere avond zijn diner bij een lokaal restaurant, ondertussen kijkend naar de televisie waar leuzen als “samen krijgen we dit onder controle” de reclameblokken vulden. Alles moest samen, terwijl er ondertussen veel egoïsme was. Mensen staken hun middelvinger op naar de overheid, deden lekker wat ze zelf wilden, weigerden vaccinaties (“decadent gedrag”, aldus onze gezondheidsminister) en zouden de eerste corona-app – dat gedrocht waarmee je een melding kreeg als je in de buurt was geweest met iemand die corona heeft gehad – niet gaan downloaden. Dat ze hiermee het virus alleen maar verergerden en daarmee vooral hun eigen glazen ingooiden, interesseerde de weigeraars niks. Een slechte pandemie begint kennelijk bij jezelf. Erger nog dan het virus, vond Mats, was de donkere kant van de mensheid die hij leerde kennen tijdens de pandemie. De samenleving ging kapot aan de tweespalt. 

Met een zelfvoldaan gevoel belde Mats dan ook aan bij zijn buurvrouw op leeftijd. Hun relatie was matig. Hij vond haar een zuurpruim en hij gokte dat zij hem een vreemde snuiter vond. Niet omdat hij hele gekke capriolen uitvoerde in haar bijzijn, maar omdat hij het gevoel had dat ze al zijn generatiegenoten niet begreep. De coronacrisis leek hem een prima gelegenheid om dit voor eens en voor altijd recht te zetten. In naam van zijn generatie belde hij bij haar aan, maar ze deed de deur niet open. Hoewel hij het niet zag hangen, had ze ongetwijfeld een camera neergezet die zag dat Mats het was. Na minimaal tien keer aanbellen op wisselende tijdstippen zat er niets anders op: wachten in de bosjes. Mats wachtte net zo lang tot ze toevallig thuiskwam en toen kwam hij dus ook toevallig thuis. Hij vroeg hoe het met haar ging, wat zeer koelbloedig werd beantwoord met “goed”. Mats ergerde zich aan generatiegenoten die vaak het ongemeende “en met jou?” erachteraan plaatsten, maar het voelde ook vreemd toen dat niet werd gedaan door haar. Hij vroeg of ze hulp nodig had. Ze keek hem wantrouwend aan: “Waarvoor?” Hij probeerde het nog één keer: “Nou, de coronapandemie woedt en als u zich niet goed voelt of zich bijvoorbeeld niet prettig voelt om boodschappen te doen, dan sta ik ervoor open u te helpen.” Ze lachte minachtend en gooide de deur dicht. ‘s Avonds liet Mats een pizzaatje thuisbezorgen bij de buuf. Die werd dankbaar aangenomen door haar, maar ze zou nimmer begrijpen dat het een presentje was van Mats. Operatie geslaagd, patiënt overleden.

Uiteindelijk werd Mats ook slachtoffer. Hij was een van de welwillende slachtoffers van de nieuwe verdienmodellen van horecaondernemers en die slachtofferrol paste hem als een jas. Hoewel hij in de eerste lockdowndagen probeerde ingewikkelde recepten op tafel te zetten, niet in de laatste plaats omdat rijst en pasta was weggehamsterd, was de inspiratie na een paar thuiswerkdagen toch op. De lokale horeca bood soelaas. En dat voelde goed voor de horecasteuners: zonder schuldgevoel kon je bij je favoriete tentje een viergangendiner ophalen of laten thuisbezorgen, want hiermee hield je immers de economie draaiende. Het enige waarvoor je moest waken, was dat het niet via thuisbezorgd.nl werd besteld, want dan had je alsnog dat schuldgevoel.

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.