Red Zebra – I Can’t Live in a Living Room (1980)

De Belgische punkers van Red Zebra schreven veertig jaar terug al hét coronanummer. Want dat was toch echt de kern van deze crisis voor iedereen die gezond bleef: dat je de hele dag thuis zat. En de conservatieve gezondheidsorganisaties vonden dat wel lekker, want als je thuis zat waren er ook geen andere calamiteiten. Ze zouden dit het liefst nooit meer zien veranderen, maar er zat breed gedragen leed in de samenleving. Wat te denken van singles, mensen met slechte relaties of kinderen in probleemgezinnen?

Wie dit haarfijn aanvoelde was de Brugse zanger van Red Zebra. Hun grootste hit, ‘I Can’t Live in a Living Room’ was precies veertig jaar oud, waardoor de band tijdens de pandemie vroeg of het publiek wilde meeschrijven aan een nieuwe covidversie van het eenvoudige doch opruiende lied. Of er goede inzendingen binnen kwamen is onduidelijk; een hertaling van het origineel werd niet uitgebracht.

Toen de anderhalvemetersamenleving te lang aanhield, prevaleerden jongeren de anderhalvelitersamenleving. Gewapend met drogredenen van semi-wetenschappers en complotaanhangers die zeiden dat corona fake news was, werden er illegale raves gehouden. Er werd ‘revolutie’ geschreeuwd, terwijl de jongeren waren vergeten dat thuiszitten ook weer niet zo erg is en revolutiestrijders uit de geschiedenisboeken íets betere argumenten hadden. Enfin, de schijt-aan-coronafeestjes waren een succes. Taxi’s reden af en aan naar de lockdownparty’s, gehouden op geheime plekken die via besloten sociale netwerken werden gedeeld. Als je denkt dat kennis met de maanden komt, dan heb je het mis. Ook in de tweede en derde golf ging het door. Sterker nog, de frustratie over alles dat was afgepakt werd alleen maar groter, net als de huidhonger. Was er in de eerste golf nog een soort van verbroedering, in de tweede golf was dat helemaal weg. Mats sprak van de anderhalvecentimetersamenleving, verwijzend naar de lengte van een ieders korte lontje. “Ik ben er zó klaar mee”, vertrouwde twee jongeren een journalist van de NOS toe tijdens de harde lockdown in december. Alsof dat een antwoord was… Iedereen was er klaar mee.

Zelf koos Mats zijn eigen pad. “Nee hoor, we hadden een feestje gisteren.” Het kwam tamelijk vanzelfsprekend uit zijn mond, maar toen het buurmeisje bedenkelijk keek realiseerde hij zich dat feestjes geven natuurlijk verboden was. Omdat hij zich distantieerde van alle illegale feestjes, had hij geen andere keus dan ruiterlijk toegeven dat de hoeveelheid lege flessen bier, wijn en whisky die hij zojuist in de glasbak had gedeponeerd, enkel het gevolg waren van de extreme drinklust van zichzelf. Hij jokte dat het al van een lange periode was, maar een week later bij dezelfde confrontatie was ook dat argument niet meer geldig. Wat een contrast met het buurmeisje dat zichzelf coroma noemde omdat haar leven niets spannender was dan die van haar grootmoeder. Mats kon er moeizaam om lachen en hoestte wat anarchistische leuzen in haar oor.

Met een spijker in zijn kop liep hij terug. Het was maandagochtend. Normaliter op kantoor camoufleerde Mats zijn slechte gemoedstoestand met chique kleding. Het was een truc die hem al jaren ogenschijnlijk veel succes opleverde in zijn zakelijke carrière. De doordeweekse dagen waarbij hij met een katerige vibe opstond, gaven hem extra drang om de wangen glad te scheren en z’n mooiste of meest uitbundige pak aan te trekken, waarna collega’s meestal noemden dat hij er goed uitzag. Hij pareerde dat steevast met een knipoog en toegegeven, het was misschien wel een goedmakertje na zijn altijd aanhoudende complimenteuze opmerkingen, maar het voelde toch prettig. Een andere truc leerde hij van Piet Poell in zijn boek ‘Limburg Blues’. Piet was ooit een docent van hem en vertelde in zijn boek ‘Limburg Blues’ dat je jezelf nooit alleen op maandag moet ziek melden. Dan denken mensen namelijk dat je het weekend niet goed hebt verwerkt. Als je ‘s maandags niet in staat bent om te werken dankzij een heftig weekend, dan moet je jezelf minimaal ook de dinsdag de rust gunnen. Geeft je een extra dagje herstel en geen vreemde blikken van collegae.

Maar goed, zover had Mats het niet laten komen en dus ging hij vandaag gewoon thuiswerken, deze keer dus met gestreken overhemd. Thuisgekomen van de glasbak trok hij de vriezer en de koelkast in één zwaai open. Het aanblik maakte hem warm van binnen. Hij had dan wel kritiek op alle hamsteraars, maar hij was zelf geen haar beter. Hij had het niet nagelaten om quarantaine te gebruiken om veel eten in huis te halen. Deze ochtend stond er, net als in de voorgaande zeven ochtenden, English Breakfast op het menu, ofwel breakfast for champions. Eieren met spek, röstirondjes, worstjes, witte bonen in tomatensaus en wat tomaten om het nog enigszins gezond te laten lijken. Hij kon wel wennen aan de lockdown. Ondertussen tikte hij wat op zijn laptop zodat collega’s dachten dat hij hard aan het werk was. Was dit het nieuwe normaal?

In zijn strijd om de coronakilo’s tegen te gaan, keek Mats een filmpje van een foodinfluencer die (serieus gebeurd!) chips tussen twee blaadjes spinazie deed zodat ze in vorm bleef. Mats had tijdens de coronacrisis een punkboek besteld en las daar over het nummer ‘I Can’t Live in a Living Room’. Hij zette het direct op en iedere zin voelde raak. Hij moest vaker naar buiten. En zo had hij binnen een paar maanden alle wandelroutes in de buurt uitgespeeld en was hij zoveel aan het sporten dat hij van zijn racefiets lazerde en in het ziekenhuis terecht kwam. Precies dat wat wekenlang zijn grootste angst was. Want ja, de overvolle ziekenhuizen zaten natuurlijk niet te wachten op onverantwoorde wielrenners die zo nodig op volle snelheid hun route wilden afleggen voor hun ultieme Strava-tijd, in tijden waar toch al kranten stonden volgeschreven met wielerhaat van bezorgde natuurbewoners.

Godzijdank waren de ziekenhuisbroeders op deze zaterdag vergevingsgezinder dan de bezorgde burgers die stukkies instuurden naar de krant. Je zou denken dat ze in het ziekenhuis niet zaten te wachten op domme wielrenners, maar niets was minder waar. Toen Mats, drie temperatuurmetingen verder, aankwam in de gipskamer, waren de artsen aldaar hem zeer erkentelijk voor zijn komst. Zij zaten immers duimen te draaien vanwege overbezetting; normaliter was de zaterdag gekkenhuis vanwege hockey- of voetbalblessures, maar alle teamsporten waren al maanden afgelast. Terwijl een potige verpleegster het drukverband om zijn arm bond (hij zat dan wel in de gipskamer, hij hoefde geen gips), vroeg hij haar hoe ze de komende tijd voor zich zag. Ze keek enigszins dood uit haar ogen en zei: “Als Rutte ooit gelijk krijgt met de groepsimmuniteit, dan hoest ik het bij iedereen in zijn gezicht en zitten we geramd. Maar dit gaat zo nog jaren duren”. Waarvan akte.

Als je denkt dat die drie temperatuurmetingen voor Mats in het ziekenhuis uitzonderlijk waren, dan heb je het mis. Overal werd temperatuur gemeten. Ergere verhalen deden de rondte over de coronatests. Mensen kregen staven in verschillende lichaamsdelen, waarbij de officiële testen zich nog richtten op normale lichaamsdelen; de neptesten prikten mensen met staven in hun ogen waarna blindheid het enige vervolg was. De charlatans gingen vrijuit; de politie had immers de handen vol andere coronahandhaving. Pas toen minister Grapperhaus zelf zijn boekje te buiten was gegaan, hadden de handhavers even rust omdat ze een eventuele boete toch niet konden uitleggen. Konden ze de illegale coronatesters opsporen. Natuurlijk was het dom om jezelf illegaal te laten testen, maar Mats deed het ook maar toen de wachtrij op een reguliere test meer dan een week was. Wetende dat je tot de test in quarantaine moest, maakte Mats creatief. Het testen ging pas vlot lopen toen VWS tientallen miljoenen tests kocht, maar daarvan bleken er ook weer miljoenen over de datum te gaan. Het VWS bleek – getuige de Sywertgate – sowieso geen zuinig ministerie tijdens de pandemie. Mensen die daarover vragen stelden of een wob-verzoek indienden, werden door het ministerie genegeerd: “het is crisis, we moeten aan het werk”.

Pijnlijk was een voorval uit Brazilië, waar de temperatuurtester met de testapparatuur een gebaar maakte dat iets weg had van een pistoolgebaar omdat de temperatuur nou eenmaal op het voorhoofd gemeten moest worden. De persoon die werd getest stak zonder blikken of blozen beide handen omhoog. Waar het hart van vol is… Het beeld was sneu: in tijden waar Amerikanen door politie werden gelyncht, stonden Brazilianen bibberend voor iemand die onderdeel was van het systeem omdat ze dachten dat ze onder schot werden gehouden. Dat president en notoire virusontkenner Bolsonaro bloed aan zijn handen had, hielp natuurlijk niet mee. De president werd later doodziek van corona, maar deed het af als een griepje.  

Terug naar die kapotte arm. Ergens vond Mats het wel lekker om in de meest voorspelbare tijd ooit – wat verlangde hij naar een spontane dronken avond waarin hij de controle kon verliezen over zichzelf – weer iets van onvoorspelbaarheid te ervaren. Maar wat kan je nog doen als je met een gebroken arm thuis zit? Zelfs de drive-in bioscopen waren geen optie voor hem omdat hij niet kon autorijden. Nog meer wandelen dus. Maar ach, omdat er toch niks doorging had hij ook geen fear of missing out. Hooguit telde hij op de weegschaal de aangekomen quarantainekilo’s, die hij natuurlijk kon weerleggen met het excuus dat bewegen geen optie was en het extra kilootje niet meer dan logisch was. Zo kabbelde het leven een beetje voort. En met voortkabbelen is soms niets mis, zo schreef een veteraan in een ingezonden brief naar de NRC. Hij had tijdens de Eerste Wereldoorlog in de frontlinie gestaan, dát waren pas barre tijden. “Jullie hoeven alleen maar stil te zitten!”

Gezien zijn eigen patroon gokte Mats dat de grote winnaars van deze crisis, naast de supermarkten, de biermerken werden. Niets was echter minder waar. De meeste Nederlanders realiseerden zich dat er meer is dan Heineken en Johnny Walker, al dan niet gesterkt door de rare blik van knappe buurmeisjes. En zo gebeurde het dat we massaal gingen sporten en het ongezonde eten én de alcohol links lieten liggen. Zélfs met Oud & Nieuw, toen we van Grapperhaus thuis moesten scrabblen en vuurwerk was verboden. Zo startte Mats maanden achter elkaar de ochtend, uitgeslapen na een lange nacht zonder alcoholische consumpties, met bosbessensmoothies in plaats van het kampioenenontbijt. Het nieuwe (ab)normaal.

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.