MC Hammer – U Can’t Touch This (1990)

Ondanks dat er veel covidbaby’s kwamen in 2021 (immers, wie verveelde zich niet?), ging de coronatijd niet bepaald de boeken in als een explosie van seksualiteit. Want we leefden in de beruchte anderhalvemetersamenleving (leuk woord voor galgje). Elkaar aanraken zat er niet meer in, en dus was MC Hammers ‘U Can’t Touch This’ accurater dan ooit en zagen we vrienden sullig naar elkaar zwaaien op afstand. Sterker nog, ook bij het aanraken van objecten voelde Mats direct dat het wel eens een manier van virusverspreiding kon zijn. 

Alle lieve bedoelingen van de regelnalevers ten spijt (winkeliers die bordjes met “you can’t touch this” in hun winkel hingen), dit nummer ging niet over hen. Het nummer, gebouwd op de beats van het befaamde ‘Super Freak’, gaat over MC Hammer die zichzelf magisch noemt. Het woordje ‘hammer time’ werd iconisch, al was het alleen maar in Nederland toen Mariëtte ‘hammer time’ Hamer in 2021 de formatie moest gaan leiden. Het nummer had verder weinig met corona en lockdowns te maken, behalve die ene bepalende zinsnede “you can’t touch this”.

“Mats, ik denk dat ik corona heb, hahaha!” vertrouwde een goede vriend hem toe in maart 2020 toen hij naast hem in de auto zat. Mats lachte mee. Ze gingen die avond een Belgische kroeg in. Zelden was daar het zo druk en uitgelaten. Ze deelden sigaretten met vreemden en tongden met anderen. Ze dronken de hele avond corona, vonden ze grappig. Corona was immers een ongrijpbaar virus wat ongetwijfeld – net als SARS – een Aziatisch probleem zou blijven. Ze voelden zich onaantastbaar. Het bleek achteraf de laatste weekendavond in België dat de kroegen open waren. In Nederland bleven de kroegen een paar dagen langer open, maar Nederland kreeg zoveel last van Belgisch horecatoerisme dat dat onhoudbaar was. Nooit gedacht dat die bourgondische Belgiërs naar Nederland zouden komen voor de gastronomie. 

Twee dagen na Mats’ weekend in België, hield Rutte een persconferentie. Nadat eerder wat maatregelen waren getroffen voor brandhaard Noord-Brabant, legde hij nu landelijke maatregelen op: hoesten in de elleboog, je handen stuk wassen en geen handen meer geven. Toen hij prompt, direct na de persconferentie, RIVM-baas Jaap van Dissel een hand gaf, werd hij erop gewezen dat hij zelf niet bepaald het goede voorbeeld gaf. De weglach-premier had daar natuurlijk een oplossing voor: weglachen. Van Dissel stuurde Rutte daarna een appje met een YouTube-linkje naar MC Hammer met ‘U Can’t Touch This’. Hij stelde het in als ringtone.

Een paar dagen later keek Rutte een stuk bedroefder bij de persconferentie en werd de anderhalvemetersamenleving en bijbehorende lockdown aangekondigd. Een o zo intelligente lockdown, zoals de economiepremier dat vakkundig wist te framen, want in tegenstelling tot andere landen werden wij niet verplicht binnen te blijven. Justitieminister Grapperhaus vond dat zo prettig dat hij naar de Appie snelde om een selfie te maken met de vakkenvullers die het gehamster het hoofd moesten bieden. Ferd hield echter geen afstand en later kregen we van hem een welgemeende mea culpa. Die kregen we ook toen hij in augustus trouwde en wederom alle regels overtrad. Een ezel stoot zich normaliter… nou ja, het kon onze Grappermaker niet zoveel schelen. Dat twee kinderen van hem ook corona hadden, idem dito. Zijn lakse optredens zorgden ervoor dat boa’s geen boetes meer durfden uit te delen omdat iedere overtreder de bon weerlegde met “en Ferd dan?”. Ferd vond overtreders aso’s, en daarmee ook zichzelf. Geen daden, maar woorden. Ferd zorgde er met zijn slechte voorbeeld ook ook voor dat de overtredingsregels werden verlicht; kreeg je eerst een strafblad en 390 euro boete, later kreeg je een kleine geldboete. Zo wist Ferd zeker dat hij bij een volgende overtreding ook veilig was.

Ergens in april, toen alle mediaoptredens van Rutte minder laconiek werden en Nederlanders zich écht zorgen begonnen te maken, ontstond de massahysterie. Mensen die in maart nog naar overvolle voetbalstadions gingen, de halve wereld meenden te moeten zoenen, met de trein reisden en op festivals jointjes stonden door te geven, zaten in april ineens droevig thuis. Mats begon zich zorgen te maken toen een vrouw schreeuwend naast hem in de ijssalon de lieve studente die haar bediende stond te sommeren dat ze alleen een hoorntje wilde die zij niet zou aanraken, anders was een bakje de enige optie. Die arme meid. Ze zou die bange en asociale vrouw in haar gezicht moeten spugen. Maar goed, Nederlanders waren liever en begripvoller geworden tijdens de eerste lockdown en het meisje leverde dan ook het perfecte bewijs hiervan: ze pakte een keukenrol en bediende de vrouw zoals zij het wilde. Mats bestelde daarna een ijsje waarbij hij juist wilde dat het meisje het betaste. Het was lief bedoeld van hem, maar kwam meer over als een vreemde fetisj.

Het was een veelzeggend tafereel. In plaats van dat de jeugd zich afzette tegen de besluitvorming van de overheid, volgden ze keurig de regeltjes (vooruit, op een paar lockdownparty’s na). En dan zo van onderuit de zak krijgen van ouderen… De quinoakauwende millenials hadden weer eens het nakijken, zoals ze dat de hele crisis hadden. Ondertussen voerde niemand de broodnodige ethische discussie wat een mensenleven waard is. Kan natuurlijk ook niet zolang de onderwijs- én zorgminister een christen is. Mats maakte zich kwaad dat “we het land op slot houden voor een paar obese tachtigplussers die toch wel zouden sterven”. Hij vroeg zich hardop af wie er voor zijn pensioen zou zorgen, toen al het geld werd weggesmeten aan steunpakketten. Eclatant was dat het meest gelukzalige moment van 2020 wellicht wel de verkiezing van Joe Biden was, een stokoude man die met zijn donkere knecht een wit huis in trok. Je zou zeggen dat de Black Lives Matters-beweging dat niet zo had gewild, maar de aanhangers stonden juichend op straat. Ze hapten naar adem, zoals George Floyd naar adem hapte en eigenlijk iedereen in coronatijd naar adem hapte. Dat er twee maanden later, tijdens de bestorming van het Capitol, bijna een coupe met burgeroorlog plaatsvond in ‘het meest belangrijke land van de wereld’, was iedereen snel vergeten.

Er werd gepraat over een anderhalvemetersamenleving, het werd zelfs gekozen tot woord van het jaar in 2020, maar ‘panieksamenleving’ zou een passender begrip zijn. Niet alleen door de ijsjesstress; zes keer werd een persconferentie of toespraak (twee keer sprak Rutte het land toe vanuit het torentje, dat was voor het eerst sinds de oliecrisis van 1973) door meer dan zeven miljoen Nederlanders op de ouderwetsche beeldbuis gekeken, en dan zijn de online kijkertjes niet eens meegeteld. Wekelijks ondergingen de Nederlandse huiskamers gelaten de nieuwe maatregelen, terwijl er altijd een zucht van opluchting hoorbaar was dat het land niet helemaal op slot werd gegooid. De spanning kon je vervolgens van je afkijken bij de afscheidstour van Matthijs’ De Wereld Draait Door of door op je balkon te gaan klappen of zingen. 

Meestal ging een uurtje na een persconferentie de hysterieknop weer om en werd er gemopperd op de vraagstellers tijdens de persconferentie, geklaagd over de onduidelijkheid die Rutte gaf of gegodverd dat de persconferentie te vroeg óf te laat werd gehouden. Het maakt ook niet uit waarop je klaagt, als je maar de hysterie voedt. Het begon met wat warrige Facebookevenementen en #burgeroorlog-tweets, maar het ontaardde al gauw in rebelse demonstraties, al dan niet gekleed in Tweede Wereldoorlog-gevangeniskostuums. Gaf de eerste golf nog een gevoel van saamhorigheid; daarna werd het al gauw een frustrerende bedoening. En zo zag Mats in Dave Roelvink, Maurice de Hond en Albert Verlinde de grote coronaexperts van ons land en was de onafhankelijke NOS niets meer dan linkse maffia. Linkse maffia waarvan de journalisten werden bedreigd en zelfs hun logo van hun auto’s moesten halen om nog enigszins rustig verslag te kunnen doen van gebeurtenissen. 

Het hielp natuurlijk ook niet dat de Volkskrant zich profileerde als torentjesbode door te zeggen dat zij het RIVM altijd zouden steunen. En terwijl Rutte in de wekelijkse peilingen de zetels nog harder zag stijgen dan het aantal besmettingen in Trumps Amerika (“fake news!”), was de kritiek op onze minister-president niet van de lucht. Dat werd extra gevoed door de #ikdoenietmeermee-ezels onder leiding van Willem Engel. Dat deze sekte, met Doutzens instaposts en Famke Louises optreden in Jinek voorop, snoeihard onderuit werd gehaald door objectieve media, was enkel een reden voor hun om objectieve media nog erger te haten. Rutte toonde in eerdere situaties, net als Ferds “aso’s!”, nog spierballentaal (“gewoon je bek houden”) maar hij had natuurlijk geen idee wat hij hieraan moest doen, zoals hij sowieso niet precies wist wat hij aan het doen was – net als de rest van Nederland. Dat Rutte dat ruiterlijk toegaf was sympathiek, maar dan weer niet per se bevorderlijk voor het tegengaan van de massahysterie. Wat Rutte deed met deze geestdrift? Weglachen, natuurlijk.

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.