Blondie – Hanging On The Telephone (1978)

Hele dagen zat Mats te bellen. Overdag op het werk, ‘s avonds met vrienden en familie. In het straatbeeld waren veel wandelaars, maar vrijwel allemaal zaten ze in hun draadloze oortjes te kletsen. De belkosten stegen, maar het was het laatste redmiddel om je nog een beetje verbonden te voelen met mensen die je niet mocht zien.

Deborah Harry bezong het in 1978 al als frontvrouw van de band Blondie. ‘Hanging On The Telephone’ was een cover van The Nerves uit 1976, een band die in 1978 al uit elkaar was gevallen. Harry wist het, zoals we van haar gewend zijn, nét iets sensueler te brengen. En precies dat hadden we nodig in deze aseksuele tijd. De songtekst paste perfect bij de manier waarop Harry het vertolkte:

Oh, I can’t control myself
Don’t leave me hanging on the telephone
Hang up and run to me

In Frankrijk luidden de docenten al in maart 2020 de noodklok. De bandbreedte van het internet haperde vanwege overbelasting en daardoor kon het thuisonderwijs niet fatsoenlijk doorgaan. Alsof die koters er echt op zaten te wachten om les te krijgen van hun zenuwachtige leraar die niets begreep van welke-software-dan-ook. Boze Franse tongen beweerden dat het de schuld was van pornozoekmachines, die vanwege het thuiswerken het verkeer zagen toenemen. Naar het schijnt kwamen de grootste pieken in het bezoekverkeer vanuit Élysée, waar Macron zich officieel had neergelegd bij het feit dat het met zijn vijfentwintig jaar oude vriendin niet meer ging lukken. 

Netflix draaide de bandbreedte gewoon terug – voor hetzelfde geld keek je dezelfde pulp, maar dan extra pixelig – dus daar kon het niet aan liggen. Vanwege de verveling in de samenleving had Netflix overigens de beste maanden in de geschiedenis, zo claimden ze via een paar ronkende persberichten. De één zijn dood… De eindeloze video-overleggen (of is conference calls hipper?) waren ongetwijfeld ook een reden voor de haperende bandbreedte. In Silicon Valley wreven de techgiganten in hun handen om de bakken data die ze binnen kregen. Vooral bij Zoom, waar de directeur (of is sie iee oo hipper?) al binnen een paar dagen in de eerste lockdown door het stof moest vanwege privacy-issues. Maar hij zei tenminste sorry.

Mats lachte in zijn vuistje om zoveel kneuterigheid. Zijn linkervuistje dan, want met zijn rechterhand zat hij PornHub te refreshen, wachtend op een video die hij nog niet kende. Ondertussen plopte er op zijn telefoonscherm het ene na het andere schijtlollige plaatje op via de app, waarbij je zou hopen dat dat het internet eens zou platleggen. Nog voor het land goed en wel op slot zat, stuurden Jan en alleman namelijk willekeurige plaatjes rond, bij voorkeur in slapende groepsapps. Deze applolbroeken, meestal in het echte leven niet de grootste grapjassen, kregen een lollig plaatje in handen en deelden dat gretig in groepsapps. Corona was een zegen voor de introverten. Dat iedereen extra vaak moest appen omdat je elkaar nou eenmaal niet kon zien, wilde natuurlijk niet zeggen dat je dan daar alleen maar heel slecht uitgevoerde memes moet delen. Mats vroeg in de eerste dagen steevast of we het maken van grapjes niet gewoon aan de experts, de cabaretiers, konden overlaten. Maar toen mensen als Hans Teeuwen zich enkel nog bezighielden met polderpsychologie, die tussendoor wél een succes had met ‘Wat moet ik met mijn lul in de lockdown?’, was deze beweging eigenlijk ook wel logisch. Na een paar dagen irritatie ging Mats dus maar meedoen. Vooral de wc-rol met briefjes van vijftig euro stuurde hij met plezier rond, omdat hij slachtoffer was van de hamsterwoede en daardoor al dagen zijn billen afveegde met het door Marianne Zwagerman bejubelde dor hout. 

In Nederland bleef het internet overigens prima werken. Jammer genoeg voor Mats, want die video-overleggen kwamen hem zijn neusgaten uit. In het begin was het leuk, omdat iedereen nog wat aanrommelde. Mensen vergaten hun geluid uit te zetten, trokken per ongeluk gekke bekken voor de camera, hadden niet door dat de persoon waarover ze roddelden toch in de vergadering zat, deden hun mededelingen met het geluid uit, stonden op om koffie te zetten waarbij iedereen zag dat er onder die keurig gestreken blouse geen broek werd gedragen (later werd dit fenomeen ‘donaldducken’ genoemd) en zo waren er nog wel honderd beginnersfouten te noemen. Erg sterk was het argument van een collega die zei dat hij zijn camera niet aan de praat kreeg, terwijl hij keurig het plakkertje op de camera liet zitten. Die zat iedere ochtend met zijn pielemuis in de hand te ‘vergaderen’. Uiteraard ook steevast met het geluid uit. Die ene keer dat het geluid aan stond, was hij zelf niet te horen omdat de muziek op de achtergrond zo hard aan stond. Toepasselijk genoeg klonk ‘Hanging On The Telephone’ van Blondie. De organisator van het overleg had overigens niet door dat zij deze collega kon muten, waardoor alle aanwezigen het hele nummer moesten afluisteren. Mats vond het passende coronamuziek en speelde de luchtgitaar om de sfeer erin te houden. ‘Punk is niet dood’, zo claimde een onbekende auteur tijdens de pandemie en hij kreeg geen ongelijk.

De videoconferentiediscipline werd naarmate de lockdown duurde steeds beter en eigenlijk was dat jammer. Zo kreeg de poppenkast die Jacqueline, Mats’ minst favoriete collega, dagelijks op kantoor opvoerde een online doorvertaling. Ze deed op kantoor altijd net alsof zij een extreem degelijk leven had, terwijl ze iedere nacht in de lampen hing. Waar Mats de videovergaderingen steevast inging met een hoodie en een pet op, waarbij iedereen zag dat hij onderuit gezakt op de bank zat, presteerde Jacqueline het om keurig opgedirkt in het netste stukje van haar huis plaats te nemen. Deed ze vast alleen om promotie veilig te stellen, getuige het diepe decolleté, want zij zat waarschijnlijk ook gewoon te donaldducken. Mats vond het maar één grote poppenkast. De collega die hij betrapte met een halfvol flesje bier naast zijn toetsenbord toen hij hem belde rond lunchtijd en die andere collega die tijdens een groepsgesprek doodleuk een peuk stond te roken en vervolgens vroeg of de vraag herhaald kon worden omdat ze het gesprek niet had meegekregen, dát waren voor hem de echte helden van de coronacrisis. 

Leuk bijeffect was sowieso dat het ineens mogelijk werd om een kijkje in de keuken van collega’s te krijgen. De zoon van Mats’ leidinggevende bleek een Ajacied te zijn. Dan kan je nog zo’n goede leidinggevende zijn, dan is er toch wat misgegaan in de opvoeding en ja, dat straalt op je capaciteiten als leidinggevende af. Een andere collega had duidelijk niet de broek aan thuis en zat dagelijks in de schuur tussen de bouten en schroeven. Qua kunstsmaak viel er ook nog wel wat aan te merken op de collega’s van Mats: meestal waren de versiersels studentikoos en lelijk. Ineens zag Mats wie toch die idioten zijn die met een schilderij onder de arm de IKEA uitlopen. In ieder geval werd heel duidelijk bij wie de partner een betere baan had; dat waren de mensen die in de slaapkamer van de kinderen, in de schuur of op de grond op de overloop zaten.

De grootste eye-openers waren voor Mats de partners van de collega’s, die ook allemaal aan het thuiswerken waren. Die lieve kleine collega had een reusachtige kale vriend en die knappe mannelijke collega had juist een enorme eindbaas door het huis rondwaggelen. En de grootste nerd uit het team bleek een heerlijk snoepje te hebben als vriendin, die keer op keer bij het één-op-éénoverleg van Mats en hem door het beeld liep met een weinig tot de verbeelding latende kledingkeuze. Zou ze weten dat Mats iedere keer in dat overleg aanwezig was en was ze hem wellicht aan het verleiden? Nee? Nou ja, dat corona Mats hongerig maakte, was al gauw duidelijk bij zijn collegae. De nerd uit het team nodigde hem dan ook uit voor een eetafspraak. Althans, dat had Mats zelf afgedwongen als reactie op één van de vele zogenaamde lollige plaatjes die hij van hem kreeg doorgestuurd. Het etentje was bij de nerd thuis. Dat zijn vriendin die avond thuis was, was natuurlijk puur toeval. Het zou een avond worden om nooit te vergeten…

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.