Backstreet Boys – Show Me The Meaning Of Being Lonely (1999)

Mats kende mensen die alleen woonden en netjes de regels volgden en daardoor gedurende de volledige pandemie niemand aanraakten en heel weinig mensen zagen. Zij kregen vanzelf huidhonger en werden gek van het gebrek aan sociaal contact. Niet gek dat een CBS-studie aantoonde dat de mentale gezondheid van jongvolwassenen op een historisch dieptepunt was tijdens de pandemie. Millenials kwijnden dan ook ineens weg bij de muziek van vroeger, toen Backstreet Boys-posters nog boven het bed hingen en mama nog gehaktballen draaide. Hadden ze toen maar geleerd wat het betekende om alleen te zijn.

Het nummer ‘Show Me The Meaning Of Being Lonely’ werd kort voor de milleniumwisseling (december 1999) uitgebracht door de Amerikaanse boyband, op hun album ‘Millenium’. Het nummer gaat over liefdesverdriet en hoe iemand omgaat met eenzaamheid. En eenzaamheid, dat was er genoeg tijdens de lockdowns.

Het ging vaak over de vrijetijdsindustrie, horeca en cultuur. Tenminste, door normale mensen. Niet door het kabinet. Deze sectoren hadden dikke pech. Bedrijven gingen failliet, medewerkers stonden op straat en mensen waren niet meer blij want alle leuke dingen zijn uit hun levens geschrapt. Maar er is genoeg over gezegd. Voor nu: streep eronder. Want, het ging in veel branches wél goed. Bijvoorbeeld bij de supermarkten. Niet gek, want als je de hele dag alleen thuis zit, dan ga je vanzelf supermarkteten in huis halen. We waren het vC (voor COVID-19) helemaal verleerd om alleen te zijn. We propten onze agenda’s zo vol dat we vanzelf een burn-out kregen. Millenials die rond de milleniumwisseling nog meeschreeuwden met de Backstreet Boys (“Show me the meaning of being lonely”) hadden nu geen idee wat being lonely is. 

Trots schroefde Ahold de winstverwachting op, want wat hadden ze het goed gedaan. Bravo, heel Nederland ging tijdens de coronacrisis naar de Appie. De aandeelhouders kregen een slordige 220 miljoen euro, want hun visie lag natuurlijk ten grondslag aan dit eclatante succes. De vakkenvuller kreeg er overigens niks bij, voor hem tien anderen. Genoeg jeugdwerkloosheid immers. Nu was deze verhouding in de reisbranche niet veel anders: daar kregen booking.com- en KLM-medewerkers een ontslagbrief, terwijl de aandeelhouders zichzelf een bonus gaven, ondertussen hun handje ophoudend bij vadertje staat.

Toen Mats op vrijdag 13 maart 2020, de eerste lockdowndag, door de Appie liep, had hij weinig bewondering voor de Ahold-topmannen. De schappen waren leeg. Van alle houdbare producten was er alleen nog zilvervliesrijst. Een blik in het schap leerde hem dat hij voorlopig ook even niet zijn billen kon vegen. Het was droef. Toen hij op tien meter afstand nog een pak verkeerd teruggelegde afbakpistoletjes zag, wist hij niet hoe gauw hij andere mensen de pas moest afsnijden om toe te slaan. Hetzelfde lukte hem bij wat groenten, aardappelen en diepvrieshamburgers zodat hij ’s avonds een klassiek avg’tje kon serveren. Zijn moeder zou trots op hem zijn. 

Als je denkt dat Mats zich misdroeg in de winkel, dan heb je niet per se ongelijk. Echter, hij was de netste klant. Om hem heen reden mensen met tien pakken spaghetti in hun kar of vijf grootverpakkingen toiletpapier, terwijl Mats niks van dat meer te pakken kreeg. Het was vanaf nu dus echt ieder voor zich. Vrouwen en kinderen eerst. Zijn gedachten waren bij de zorgmedewerkers die keihard moesten doorwerken, in tegenstelling tot de bijstandsmoeders die hier op hun vrije vrijdagochtend rondsloften, en straks hun zuurverdiende etentje bij elkaar wilden bakken maar enkel lege schappen zouden aantreffen. 

De hamsterwoede was zo nijpend dat Rutte er wat over moest zeggen tijdens een van zijn persconferenties. Hij vertelde dat het allemaal niet nodig was, maar Mats twijfelde of hij dat zei om de boel een beetje rustig te houden of dat hij het meende. Mats was de enige die zich dat afvroeg; de rest van Nederland had enkel oog voor de hamstergebaren van gebarentolk Irma Sluis. Zij werd ’s lands meest gewaardeerde coronaboodschapper. Toen een maand later de gemeente Velsen een inzending startte welke naam de grootste sluis ter wereld, die later in het jaar zou worden geopend, zou moeten krijgen, kon je al raden wat de meest voorkomende inzending was. Irma zelf vond het allemaal wat overdreven. Bij de opleiding tot gebarentolk was een half jaar later zelfs sprake van een heus Irma Sluis-effect: het aantal aanmeldingen ging door het dak. De hamstergrap was wel gemaakt toen de gladde bloemetjesschoenminister bewust het woord ‘hamsteren’ in zijn antwoorden tijdens persconferenties ging verwerken zodat het publiek haar kon uitlachen. Ze deed er niet aan mee en zo eindigden de goede vibes, zoals eigenlijk alle goede vibes eindigden bij De Jonge. Het was veelzeggend voor de kerstliedzingende minister, die vooral bezig was met de eigen agenda terwijl ondertussen de pijlers van zijn departement (de app, het bron- en contactonderzoek en het vaccinatiebeleid) een puinhoop bleken. En de zeesluis? Die mocht niet naar een levend persoon worden vernoemd en omdat moordpogingen op Irma mislukten, werd de sluis ‘Zeesluis IJmuiden’ genoemd. Ook creatief.

Van hamsterschaamte zal Irma geen last hebben gehad, zij was immers ook de hele dag aan het werk en zal ongetwijfeld ook slechts lege schappen hebben aangetroffen. Vlak voordat Mats de rij bij de kassa had bereikt op die beruchte vrijdag de dertiende, zag hij een collega met schaamrood op de kaken aan komen lopen. Hij had eerder vandaag de laatste twee pakken van zijn favoriete couscous gehamsterd (alsof er smaakverschil zit tussen dat spul), wetende dat er thuis nog een pak lag. Hij had daarna thuis een woedeaanval van zijn vrouw moeten overleven (“vuile hamsteraar”) en was nu op zoek naar compassie. Hamsterschaamte in optima forma. Dat kon Mats hem niet geven. Hij vond hem een walgelijke egoïst. Hij schold z’n collega uit, die snel afdroop langs de gedesinfecteerde karretjes en natte lappen papier die op de grond waren gedeponeerd, een nieuwe traditie sinds mensen hun karretje verplicht moesten schoonmaken. Hij verdiende het om zich een avondje being lonely te voelen.

Lachend had Mats in de rij van de kassa een vriend aan de lijn. Hij werkte bij de ‘Knaldi’ – een bijnaam voor ’s lands meest rommelig ingerichte winkelketen, ongetwijfeld zo genoemd vanwege de knallende kortingen. Bij hun geen coronaetiquette, geen lege schappen, geen winkelmandobsessie… gewoon lekker door de winkel slenteren tussen Miep en Gerda, terwijl je in alle rust de producten pakt waar je behoefte aan hebt. Geen gekte, gewoon normaal doen met normale mensen. Mats nam zich voor daarheen te snellen nadat hij had afgerekend. Achter hem in de rij ving hij nog een gesprek op. Een bezorgde burger gaf aan dat hij bezig was met zijn motorrijbewijs te halen. Als straks de ellende echt zou losbarstten en er files zouden ontstaan richting Duitsland en België, dan zou hij overal doorheen slingeren met zijn motor. “We zijn gek geworden” fluisterde Mats, terwijl hij zijn duim opstak en zijn navigatie instelde op de dichtstbijzijnde Knaldi. Die Duitse aandeelhouders verdienen wel een extra fooitje.

Dit is een bijdrage van Mats. Lees alles over covidmuziek op deze plek: 19 maanden COVID-19 in 19 liedjes.